Media en nazorg
Horen deze begrippen wel bij elkaar? Er zijn raakvlakken. Toch zijn er meer verschillen dan overeenkomsten. Ja, het lijkt er op dat zelfs de belangen tegengesteld zijn.
Een erg belangrijk gegeven voor de media in ons publieke bestel is het fenomeen: ‘kijkcijfers’. Een programma staat of valt op basis van de kijkcijfers. Voor programmamakers is dat steeds weer heel spannend. Hoe hoger de cijfers, hoe groter kans dat het programma zijn bestaansrecht kan behouden. Het lijkt dan minder te gaan over de kwaliteit en inhoud van het programma en meer over de waardering die het publiek geeft door er naar te kijken en niet weg te zappen.
En dan Nazorg. Na afloop van verschillende programma’s (bijvoorbeeld van de E.O.) komt er een telefoonnummer in beeld met het aanbod: “ U kunt bellen of mailen”. Dan gaat het over heel andere belangen. Een kijker is door het programma geraakt, wil er over praten en belt het nummer. Hij krijgt iemand aan de telefoon. Een direct persoonlijk contact: één op één. Vanuit de toch wel anonieme massa gaat het, met dat telefoontje, over die ene kijker die reageert en waar een gesprek mee plaatsvindt.
Als nazorger heb je vaak dat er dan iets bijzonders gebeurt. De beller heeft vragen, bijvoorbeeld over het programma. Daar kan het natuurlijk bij blijven. Door te luisteren en door wat vragen te stellen kunnen heel andere onderwerpen naar voren komen. Zaken die te maken hebben met God en geloof. Meer dan eens ontspinnen zich heel intense gesprekken. Over hun zoektocht naar God, over de tegenslagen en de ‘waaroms’, over hun boosheid naar God, over rouw en verdriet en…over de zegeningen die God geeft. De telefoon is dan met zijn anonimiteit heel persoonlijk geworden. Wat zijn er veel mensen die grote behoefte hebben zich uit te spreken naar een ander!
De nazorger luistert en reageert en geeft een advies als dat nodig is. Hij gaat als het ware naast de beller zitten. Het fenomeen ‘massamedia’ is teruggebracht tot één persoon. God heeft mensen op het oog. Juist die ene man, vrouw of jongere. Je zit bij iemand op de bank of bij hem aan tafel waarvan je niet had verwacht daar ooit binnen te komen. Iemand die je op straat zo voorbij loopt of iemand die nooit buiten komt en bijna geen contacten heeft. Eerlijke, open gesprekken over de diepe dingen van leven en dood, over geloof, over de Here Jezus.
Het gesprek is in de meeste gevallen éénmalig. De nazorger vraagt naar de contacten die de beller heeft in de eigen omgeving. Waar kan hij terecht als dat nodig is? In zijn eigen kerk? Of is hij op zoek naar God en zoekt hij contact met christenen? Dan komt de kerkelijke gemeente in beeld. Onze gemeente bijvoorbeeld. De persoon, die verdere (na)zorg nodig heeft, kan in Huizen wonen, in onze wijkgemeente, ja zelfs in onze straat. Kan hij bij in onze gemeente en bij u terecht?
Zorg voor de ander, zorg voor elkaar.
Deliana Heutink – van Ghesel Grothe