Onderstaande notities van o.a. de intrede- en afscheidsdienst van ds. van Voorthuijsen zijn aangetroffen in een oude Statenbijbel (Ravenstein 1661).
Naast citaten van schriftgedeelten gebruikt in kerkdiensten, is het volgende beschreven:
Op zondag 2 april 1922 des voormiddags is Ds. A.H.J.G. van Voorthuijzen gekomen van Doornspijk, in de Ned. Herv. Kerk te Huizen bevestigd door zijn schoonvader Ds. C.J. Leenmans met de woorden van 2 Corinthiërs 12 : 9: En hij heeft tot mij gezegd: Mijne genade is u genoeg, want mijne kracht wordt in zwakheid volbracht.
Des voormiddags deed Ds. van Voorthuijzen zijn intrede met een prediking over Psalm 22 : 26 en 27. (Gelezen werd Ps. 22) De nieuwe leeraar werd toegesproken door Ds.Röder van Blaricum, die hem Ps. 138 : 4 laatste gedeelte liet toezingen. (De kerk was tjokvol)
Op zondag 11 juli 1926 des namiddags 6½ uur heeft Ds. A.H.J.G. v. Voorthuizen wegens vertrek naar Nijkerk (Geld.) in de Oude Ned. Herv. Kerk te Huizen, afscheid genomen van zijne gemeente met de woorden van Handelingen 20 : 32: “En nu broeders,ik beveel U Gode en den woorde zijner genade, die machtig is U op te bouwen en U een erfdeel te geven onder alle de geheiligden”. Voorzang Ps. 102 : 15 en 16. Ps. 142 : 5; Ps. 46 : 1 en 4, Ps. 106 : 2.
Ds. G.B. Holland, 2e predikant v. Huizen sprak Ds. v. V. toe en liet de gemeente haar scheidende leeraar toezingen Ps. 121 : 4. (De kerk was overvol; velen stonden buiten voor de geopende deuren.)
Op den morgen v. 11 juli 1926 heeft Ds. v. Voorthuizen in de Oude Ned. Herv. Kerk gelegenheid gegeven aan zijn laatste catechisanten om hunne belijdenis in het openbaar te doen. Tekst: 1 Petr. 5 : 8 “Zijt nuchteren en waakt, want Uwe tegenpartij, de duivel gaat om als een briesende leeuw, zoekende wien hij zoude mogen verslinden. Voorzang: Ps. 84 : 1 en 6; Ps. 18 : 7 en 9, Ps. 89 : 10; Ps. 87 : 4 (nieuwe lidmaten toegezongen); Ps. 121 : 3 slotzang.