Leven met God de Vader is nooit meer alleen zijn
Ze komt uit een middenstandsgezin met vijf kinderen dat woonde aan de Voorbaan en later de Achterbaan. Ze trouwde met Kees Westland en kreeg drie dochters. Na een periode aan de Ceintuurbaan verhuisden zij naar de Iepenlaan. Helaas overleed Kees in 1997. Adri Westland-Rebel, want om haar gaat het in dit geloofsportret, werd in 1940 geboren en heeft tot nu toe vijf kleinkinderen. Sinds enkele jaren woont zij aan de Kerkstraat.
Hoe waren jouw kinderjaren in die moeilijke tijd zo vlak na de oorlog?
Ondanks het feit dat we toen weinig hadden en met een minimum aan geldmiddelen rond moesten komen, mag ik zeggen dat ik een onbezorgde jeugd heb gehad. Na het lager- en voortgezet onderwijs was ik thuis in de meubelzaak werkzaam. Daarnaast ben ik altijd actief in het verenigingsleven bezig geweest. Om wat te noemen: meisjesclub, Deo Duce, N.C.V.B. en de ouderenkring. Het contact met anderen boeit mij nog steeds, ook als het om jongeren gaat.
Graag zie je dat de bijbelse boodschap iets doet bij anderen die Jezus (nog) niet kennen. Kun je dat wat toespitsen?
Jawel, mensen die de bijbelse boodschap (nog) niet kennen, missen het allerbelangrijkste: de vrede met God. Daarom is het van groot belang dat je met iedereen die je pad kruist, hoe dan ook, in gesprek probeert te komen om getuigenis te geven van het: ‘alzo lief heeft God de wereld gehad . . . ‘. Het maakt mij enthousiast als ik daarover met anderen praat. Dat geloof gun ik dan ook alle mensen.
In 1997 is Kees jou ontvallen. Hij was leraar bij het voortgezet onderwijs. Vorig jaar werd je ziek en was er de spanning of de medische behandelingen goed zouden aanslaan. Gelukkig mocht je herstellen. Hoe heb je beide ingrijpende gebeurtenissen beleefd?
Toen Kees plotseling overleed, viel mijn leven stil. Ik kon het niet bevatten en wilde ook in eerste instantie niet begrijpen dat zoiets ons moest overkomen. Voor het hele gezin had het een geweldige impact. Zoals altijd in moeilijke omstandigheden, ontving ik ook toen troost. Allereerst in Psalm 27, die al vanaf mijn negentiende jaar ‘mijn Psalm’ is. Daarnaast heb ik ervaren bij de gemeente te behoren. Velen zochten mij op. Ze droegen mij op hun gebeden. Dat is groots! Wat mij ook zeer heeft getroffen is, dat toen ik nog maar pas alleen was, na afloop van de kerstviering van de ouderen een vrouw naar mij toekwam, mijn hand pakte en zei: ‘weet dat ik elke dag voor je bid hoor’. Dat heb ik ervaren als een bijzondere bemoediging van God. Ja en dan vorig jaar, wanneer er borstkanker bij mij wordt geconstateerd. Weer stort je wereld in. Dan wordt het leven tussen hoop en vrees. In zo’n periode van behandelen ben je wel eens moedeloos, bang en verdrietig. Maar ook nu was er veel steun en liefde van mijn kinderen. Regels van een lied dat de kinderen vroeger vaak zongen kwamen in mijn gedachten: ‘‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God, want in Zijn hand ligt heel mijn levenslot. Hij zorgt voor mij. Zijn liefde woont in mij.
‘k Zie naar Hem op en ‘k weet, Hij is mij steeds nabij’. Dat was mijn grote bemoediging en hierdoor mag ik weten dat ik niet alleen ben. Heel dankbaar ben ik dat ik mocht genezen en me goed voel. Bij een goede verwerking van alles behoort onder andere mijn werk in boekhandel ‘de Echo’. Heerlijk om te doen! Ik vind contact met mensen altijd heel belangrijk.
Dit KernKatern staat in het teken van de eeuwige toekomstverwachting. In dit verband las ik ergens de stelling: ‘christenen moeten niet-gelovigen waarschuwen voor de hel’. Wat vind je daarvan?
Met de stelling ben ik het wel eens, trouwens: het is een bijbelse opdracht. Waarschuw niet-gelovigen op een zorgvuldige wijze: niet bot, wčl liefdevol. Anders wordt het door mensen, die voor een groot deel ‘verdwaald’ zijn, niet begrepen. Probeer mensen te vertellen dat ze iets kwijt zijn, namelijk God. Zo komt het dat ze hun doel missen. Gelovigen hebben de taak hen te tonen hoe ze God in de bijbel kunnen vinden. Hoe Hij is: vol liefde, maar ook rechtvaardig en dat Hij de zonde haat, maar de zondaar liefheeft. Dat Zijn schepping, die goed was met het doel dat wij allen Hem daarvoor zouden prijzen, een chaos dreigt te worden. Ommekeer, geloof, is nodig. Alleen op die manier kan de relatie met God hersteld worden.
Kun je iets vertellen over wat jij verwacht dat er na de dood zal zijn?
Mijn overtuiging is dat de dood voor mensen een mysterie blijft. Zeker weet ik dat Jezus, door onze schuld op Zich te nemen, de dood heeft overwonnen. Als christenen mogen we hier en nu uitzien naar de heerlijke toekomst met de Vader. Die wordt door de dood niet afgebroken. De dood is een doorgang naar het eeuwige leven en daarom de laatste vijand die nog overwonnen moet worden.
In de bijbel en met name in Openbaring wordt over de wederkomst van Jezus Christus verteld. Dat zal zijn bij het laatste oordeel. Alleen de Vader weet van die Grote Dag. Kun jij je daarvan een voorstelling maken?
Ook dit is een groot mysterie voor ons. Wat ik mag weten is, dat Jezus Christus zichtbaar en vol majesteit zal terugkomen zoals Hij is opgevaren. Op die dag zullen alle gestorven mensen en allen die dan leven voor God verschijnen. Dat gebeurt bij de stem van de aartsengel en het geluid van de Goddelijke bazuin. Zij die gestorven zijn zullen opstaan uit de dood. Alle dan levenden zullen in een oogwenk veranderd worden, van verderfelijk worden zij onverderfelijk. Dan zal God scheiding maken tussen hen die van Hem zijn en degenen die niet bij Hem willen horen. Bij Jezus’ wederkomst geloof ik dat er herkenning zal zijn van hen die ons voorgingen naar de Vader. We moeten ons echter niet vastpinnen op ons kleine waarnemingsgebied, want het zal allemaal nog veel grootser zijn. Dan mogen we God loven en prijzen en deel uitmaken van die grote schare die niemand tellen kan. Soms kun je daar al echt naar verlangen en mag je je hand op Psalm 43 leggen.
T.J.Lokhorst