Je kind en de toekomst
De casus
Onder de afwas sprak een oudere vrouw met haar nog niet zolang gehuwde schoondochter. We luisteren even naar een stukje van het gesprek. De oudere vrouw verzucht: “al is er maar één van mijn kinderen door God behouden”. De jonge vrouw schrok en sprak: “als ik zou weten dat één van mijn kinderen verloren gaat, wil ik helemaal geen kinderen”.
Verwachting
Wat kun je er naar uitzien: zichtbaar geworden liefde, een kind! En dan is het zover. Je bent zwanger. En vóór dat het kindje maar geboren is, zing je al met je hand op je buik: “niemand die ons helpen kan, niemand kan ons kind beschermen. Wie zijn wij? Neem Gij het dan, draag het in uw groot erbarmen. Dat het vroeg U in dit leven. Ja voorgoed zijn hart mag geven”.
Jaren later
Je kind groeit naar volwassenheid. Eigen keuzes worden gemaakt. Tot je verdriet reist het kind (voor het oog) verder bij God vandaan. En je vraagt je af: ‘hoe zal het wezen als Jezus nu terugkomt? Hoe zal het zijn als mijn kind nu sterft? Hoe kan het leven zonder uitzicht op een nieuw Jeruzalem?’ Je gunt je kind immers het allermooiste: leven in de eeuwigheid (nu en later) voor het aangezicht van God!
Bemoediging, vermaning, vertroosting en tips
Hoe ga je nu als ouder met dit verdriet om. Verlamt het je eigen leven? Beheerst het je totaal? Raak je juist meer en meer onverschillig? Blijf je er te pas en te onpas met je kind over beginnen? Klaag je bij God waarom jouw kind niet en dat van je vriendin wel?
Weet in ieder geval dat het niet zo hoeft te zijn dat een andere ouder het beter heeft gedaan in de opvoeding. Je bent soms verbaasd over het feit dat je kind met God gaat, terwijl je toch wel een aantal steken in de opvoeding hebt laten vallen. Wel kan het van belang zijn om naar het verleden en heden van jezelf te kijken. Wat kan daar bijvoorbeeld uitkomen?
Je ziet inderdaad, door de inzichten die je nu hebt, dat je je kind bijvoorbeeld af en toe een aardig schuldcomplex hebt aangepraat of juist helemaal niet vermaand. Het kan zijn dat dit handelen tussen God en je kind in staat. Belijd dat dan in ieder geval voor God en je kind. Vergeving vragen kan heel vrijmakend werken.
Je begrijpt nu dat je in de opvoeding teveel vanuit de leer hebt gesproken en veel te weinig vanuit de eigen ervaren liefde van God. Als je eerder had ervaren wat je nu ervaren hebt, had je het misschien wel heel anders in de opvoeding aangepakt. Bespreek ook dat met je kind. Vertel het kind wat je nu weet en zeg het dat je het jammer vindt dat je niet veel meer vanuit de liefde hebt gehandeld, maar bijvoorbeeld uit angst.
Je ziet bijvoorbeeld dat je te weinig lichtdrager van God geweest bent. Het is toch zo dat alleen vuur, vuur doet ontsteken, hoe klein dan ook. Vertel het je kind dat je dat spijt en weet dat God graag vergeeft.
Zorg er voor dat je omgang met je kind in het heden gebeurt vanuit volwassenheid. Dat betekent bijvoorbeeld dat je
oog hebt voor het feit dat het kind nu een eigen verantwoordelijkheid draagt. Laat in die zin je kind los. Geef het vooral de ruimte om zichzelf te ontwikkelen. Ga respectvol met je kind om.
Vraag je bijvoorbeeld ook eens af of het voor het kind wel aantrekkelijk is om bij je te komen.
Laat je thuis een plaats blijven waar het kind zich geborgen weet, waar uitzicht is en waar het steeds terug kan komen, zonder voorwaarden (naar het idee van Ter Horst, christelijke geloofsopvoeding, p. 47).
Besef vooral dat je aan het werk mag en dat je niet met je handen in de schoot toe hoeft te kijken.Kom voor je kind bij God op. Er staan talrijke voorbeelden van in de bijbel- de vier die hun vriend op een bed bij Jezus brachten
- Jaïrus kwam bij Jezus op voor zijn twaalfjarige dochter
Blijf het gebed bidden dat je bij de doop gebeden hebt. Blijf in gebed vertrouwen op het onbeperkte erbarmen van God. Nog steeds kun je bidden:
“ wij bidden U, bij uw grondeloze barmhartigheid, dat Gij deze kinderen genadig wilt aanzien en door uw Heilige Geest uw Zoon Jezus Christus inlijven; opdat zij met Hem in Zijn dood begraven worden en met Hem mogen opstaan in een nieuw leven; opdat zij hun kruis, Hem dagelijks navolgende, vrolijk dragen mogen, Hem aanhangende met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde; opdat zij dit leven (hetwelk toch niet anders is dan een gestadige dood) om uwentwil, getroost, verlaten en ten laatste dage voor de rechterstoel van Christus, uw Zoon, zonder verschrikken mogen verschijnen, door Hem, onze Heere Jezus Christus, uw Zoon, die met U en de Heilige Geest, één enig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.”
Besef dat je er niet alleen voor staat.
Bij de doop wordt het kind immers ook van de leden van de gemeente. Eigenlijk zouden zij ook de doopvragen moeten beantwoorden. Naast jou heeft de gemeente immers ook een taak. Ter Horst spreekt in het eerder aangehaalde boek de gemeente daarom ook aan. Hij raadt gemeenteleden aan om bijvoorbeeld namen van de gedoopte kinderen te onthouden en ze ook te herkennen op straat. Hij schrijft: “als het in de problemen komt, doe er dan wat aan. Vergeet die ouders ook niet. Het zijn jullie zuster en broer, dus pas op!”
Als je zelf je kind niet meer goed kunt bereiken, bidt God dan of hij andere gelovigen op het levenspad van je kind brengt.
Blijf vooral zelf je licht uitstralen, laat je leven een voorbeeld zijn voor je kinderen. Het kind mag weten dat je de liefde voor God en de naaste boven alles blijft stellen. Laat je dus vooral niet uit het veld slaan.
Ik las van een moeder dat zij God bad voor een aanstekelijke kerk in de omgeving van haar kind die haar kind zou opzoeken met een levend evangelie. Dat het in contact zou komen met gelovigen die echt om haar kind geven en die uitstralen dat Jezus op aarde is gekomen om het verlorene te zoeken.
Weet ook dat als een christen afvalt, God hem of haar terugbrengt. Dat is immers het werk van Christus als "de goede Herder".
Blijf zelf vooral groeien. Voeg aan je geloof deugd toe en bij de deugd kennis en bij de kennis matigheid en bij de matigheid lijdzaamheid en bij de lijdzaamheid godzaligheid en bij de godzaligheid broederliefde en bij de broederliefde algemene liefde (2 Petrus 1). En weet vooral dat ook Christus uit Zijn lijden gehoorzaamheid geleerd heeft.
Ik eindig met de bede dat God ons vanuit Zijn licht en waarheid zal leiden en dat Hij ons zal leren door de ogen van Christus naar onze kinderen en die van de gemeente te kijken.
M. Verhage- van Kooten