Eeuwige jeugd of eeuwig leven?
Dagmar (4) zegt tegen Ruben (5): “Later, als ik moeder word, word jij dan vader?” “Ik word helemaal geen vader”, zegt Ruben. “Ja maar, wat word je dan?”, vraagt Dagmar. “Ik word brandweerman”, zegt Ruben vastbesloten. “OK”, zegt Dagmar, want brandweerman is natuurlijk ook best stoer.
Voor een aanstaande brugpieper draait de toekomstverwachting op dit moment om de uitslag van de CITO-toets en de schoolkeuze. Nadenkend over wat belangrijk is voor later volgt: “Nou, een leuk beroep, gezondheid en dat God het doel is van mijn leven.”
Toekomstverwachtingen, we hebben ze allemaal. Hardop uitspreken ligt best gevoelig. We verpakken onze wensen meestal maar in algemene, vooral rooskleurige uitspraken. Rond de veertig kijken we al wat voorzichtiger naar de toekomst, omdat ‘later’ en ‘ouder worden’ ook minder leuke kanten heeft. We kunnen ons zorgen maken over de ontwikkelingen in ons leven, de kerk en de maatschappij.
Hoewel, ‘Don’t worry, be happy’: tegenwoordig hebben we voor elk probleem een internetsite en voor elk risico een verzekering. Nog even wachten tot de wetenschap het juiste gen heeft gevonden en dan gaan we de veroudering te lijf. De reclame belooft ons geluk door een kuurtje gezondheidspillen en eeuwige jeugd uit een potje crème. Maar helaas, om ons heen zien we toch nog rimpels en tranen, misschien ook in ons eigen leven.
Reden tot doemdenken en angst voor de toekomst? Beslist niet!
In de bijbel lezen we dat je mag genieten van het leven. Maak plezier in je jeugd, maar: doe het niet zonder God! (Prediker 11:7-12).
De eeuwige jeugd mag dan niet bestaan, maar het eeuwig leven wel! Daar moeten we ons nu al op voorbereiden. Levensvernieuwing begint nú, een eeuwige toekomst zit in de dagelijkse vernieuwing van ons hart.
Paulus schrijft aan zijn geestelijke zoon Timoteüs een brief vol mooie levensadviezen en bemoedigingen. Benut je tijd en energie om geestelijk in conditie te blijven… Oefening van de geest heeft een goede uitwerking op alles wat je doet. Dat zal je niet alleen in dit leven helpen, maar ook in het toekomstige (1Timotheüs 4:7b en 8b).
“Door zo te leven zullen zij voor zichzelf een echte schat voor de toekomst opslaan, dat is een veilige investering voor de eeuwigheid” (Het Boek: 1Timotheüs 6:19).
In welke toekomstverwachting investeren wij: in eeuwige jeugd uit een potje of in het eeuwige leven?
Marianne Doorn – van Dijk