Begrijpt u wat u leest?
In de katholieke kerk in Engeland werd eeuwenlang de liturgie in het Latijn verzorgd.Tegenwoordig gebruikt men vaak Engels. Een vrouw zei tegen een priester: ‘ik hoor het liever in het Latijn’. Waarop de priester aan haar vroeg: ‘begrijpt u Latijn?’ ‘Nee’, zei de vrouw, ‘maar het klinkt beter’.
Bijbelvertalen is een zorgvuldig proces. Aan de NBV is lang en hard gewerkt. In Kameroen zijn niet altijd teams van hoog opgeleide taalkundigen en theologen beschikbaar, maar in principe wordt dezelfde werkwijze gevolgd als bij de NBV. Zo bestaat het Bakossi-vertaalteam uit mensen met verschillende vaardigheden. Sommigen hebben een goed gevoel voor hun eigen taal, anderen zijn goed in spelling. Eén van hen, een predikant, kent Grieks en Hebreeuws. Hij is verantwoordelijk voor de exegese van de brontekst. Ze krijgen een opleiding in vertaalprincipes en leren Engelse vertaalhandboeken en commentaren te gebruiken. Daarna gaan ze aan de slag om een eerste vertaling te maken. Als een gedeelte vertaald is, kijkt een groep vrijwilligers naar onduidelijkheden in de tekst. Het vertaalteam gaat er op uit om te testen of het begrepen wordt door mensen uit verschillende lagen van de bevolking. Steeds wordt het commentaar zorgvuldig gewogen en, waar nodig, worden verbeteringen aangebracht. Aan het eind controleert een gespecialiseerde vertaalconsulent de vertaling.
SIL werkt met drie belangrijke vertaalprincipes: nauwkeurigheid, duidelijkheid en natuurlijkheid. Omdat de Bijbel het Woord van God is, moet de brontekst nauwkeurig worden bestudeerd en nauwkeurig in de doeltaal worden overgezet. In discussies over bijbelvertalingen wordt de letterlijke regelmatig tegenover de vrije vertaling gezet. In het laatste geval zou de vertaler mogelijk teveel interpreteren, terwijl in de letterlijke vertaling zoveel als kan dezelfde woorden zouden worden gebruikt als in de grondtaal. De werkelijkheid is helaas ingewikkelder. Elke vertaling is interpretatie.
Laten we de Griekse tekst van Johannes 1:18 eens vergelijken met de Statenvertaling (SV) en de NBV:
Grieks: God, niet één heeft gezien ooit, een enige, God, de ene, zijnde aan de borst / in de schoot van de vader, die ene verklaarde.
SV: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Die heeft hem ons verklaard.
NBV: Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de vader rust, heeft hem doen kennen.
Wat valt op?
In het Grieks wordt ‘Zoon’ niet genoemd, maar zowel in de SV als in de NBV wordt – terecht vanwege het bredere tekstverband - ‘enige’ vertaald met ‘enige Zoon’. In de SV wordt het woord ‘God’ de tweede keer weggelaten, terwijl de NBV het verduidelijkt met ‘die zelf God is’. Je zou kunnen zeggen, dat de NBV hier iets dichter bij het Grieks blijft. In het Grieks staat niet wie of wat ‘verklaard’ wordt. Zowel SV als NBV voegen ‘hem’ toe ter verduidelijking. Het Griekse woord ‘kolpos’ kan zowel borst als schoot betekenen. SV en NBV hebben daarin verschillende keuzes gemaakt, die beide even nauwkeurig zijn.
Een vertaling is duidelijk als de lezer de oorspronkelijke boodschap zonder problemen kan begrijpen. Een belangrijke reden om voor een duidelijke vertaling te kiezen is dat letterlijk vertalen niet zo direct toegankelijk is. Men moet er moeite voor doen om het te begrijpen door de tekst te bestuderen, verschillende vertalingen naast elkaar te leggen, commentaren te gebruiken of uitleg te krijgen via de preek. In Nederland hebben we veel van die ‘luxes’ maar in landen als Kameroen hebben zelfs predikanten maar beperkt toegang tot commentaren. Dan is een belangrijke overweging dat iedereen bij het lezen moet kunnen begrijpen wat er staat.
Een voorbeeld uit Bakossi: In Mattheüs 19:24 komt ‘kameel’ voor. In het Bakossi gebied is dat dier onbekend. De Bakossivertalers hadden dat op verschillende manieren kunnen vertalen: ze hadden een omschrijving kunnen gebruiken, bijvoorbeeld ‘een heel groot dier’. Of ze hadden ‘kameel’ kunnen laten staan en in een voetnoot uitleggen wat voor dier het is. Ze hadden ook een plaatje van een kameel aan de tekst kunnen toevoegen, eventueel met een naald om het verschil in grootte aan te duiden. In deze beeldspraak gaat het niet zozeer om de kameel op zich. Het gaat meer om de grootte van het dier dat het onmogelijk maakt om door een naald te kruipen. Daarom kozen de Bakossivertalers, op aanraden van de consulent, het grootste dier in het Bakossigebied: de koe. Het lijkt op het eerste gezicht heel anders. Maar het beeld van het onmogelijk door een naald kunnen kruipen blijft bestaan en wordt snel begrepen!
Een vertaling is natuurlijk als de gebruikelijke manier van uitdrukken wordt gebruikt. De Engelse zin ‘See you tomorrow’ kan nauwkeurig vertaald worden als ‘Zie je morgen’. Het is te begrijpen, maar in het Nederlands is het niet natuurlijk. Een natuurlijke vertaling is dan: ‘tot morgen’.
Gisteren zag ik onze Kameroenese vertaalconsulent met een Nieuwe Testament onder de arm lopen. Hij had het zojuist ontvangen in zijn eigen taal, het Kom. Hij heeft zelf aan de vertaling meegewerkt.Toen ik er een opmerking over maakte, zei hij: ‘dit boek gaat overal met mij mee; ik lees en lees’. Hij zei ook dat hij gelijk aan een herziening kon beginnen; zoveel dingen hadden beter gekund. Geen enkele vertaling is perfect!
Maar waar het om gaat bij bijbelvertalen is dat het Woord gelezen en toegepast wordt. Dat het overtuigt van zonde en schuld, maar ook van genade en vergeving! En dat het een leidraad is voor een leven in navolging van Christus!
Robert en Ria Schaap