Aangifte doen: is dat wel christelijk?
Praktijksituatie:
Het waren moeilijke gesprekken voordat Sandra eindelijk durfde te vertellen dat haar broer dader was geweest van incest en dat zij het slachtoffer was. Wat was ze moedig. Ze zou het eerst haar ouders gaan vertellen. Daarna wilde ze haar broer met het gebeurde confronteren. Zou zijn leven net zo vernietigd zijn als het hare? Over mijn vraag of ze wel eens nagedacht had over het doen van aangifte bij de politie wilde ze eigenlijk niet nadenken. Haar broer was inmiddels getrouwd. Had zelf een dochtertje en dan zou zij al dat mooie gaan verstoren......
Vraag
Deze casus roept verschillende vragen op. Bij één daarvan sta ik in dit rubriekje stil. Mag je het slachtoffer van een strafbaar feit aanraden om aangifte te doen of moedig je het slachtoffer juist aan om de weg van het gesprek te gaan?
Mattheüs 18
Dat laatste is toch niet ondenkbaar als je als christen zelf van verzoening en vergeving leeft. Dan moet je die weg toch ook met je naaste gaan? Dat wordt nogal eens met een beroep op de Schrift gezegd. Onder andere met het oog op Mattheüs 18. Pak dit hoofdstuk er gerust eens bij.
Kanttekeningen
Toch zijn er wel wat kanttekeningen te plaatsen:
In de praktijksituatie gaat het wel om een misdrijf. Dit zijn de zwaardere strafbare feiten. In de huidige westerse samenleving laat de overheid het niet aan burgers over of er wel of geen strafprocedure komt. Het is het Openbaar Ministerie dat beslist of er wel of niet vervolgd zal worden. Zij heeft de taak om de
wetten te handhaven. Het slachtoffer te laten beslissen over het wel of niet vervolgen, is te veel gevraagd. Het slachtoffer heeft allereerst de handen vol aan de verwerking van het strafbare feit.
De bijbel is veel omvattender dan Mattheüs 18 alleen. Er wordt in Romeinen 13 ook respect gevraagd voor de functie van de overheid.
Overheid en kerk hebben beide een andere taak. De kerk gaat over het terrein van de liefde. De overheid over het terrein van het recht. Liefde en recht zijn juist bij de overheid uit elkaar gehaald. Ook al zegt een verdachte dat hij spijt heeft van wat hij gedaan heeft, betekent dat niet dat hij daardoor zijn straf misloopt.
Aan ‘christen-daders’ kan juist vanuit de liefde gevraagd worden of zij het recht, dat ook over hen uitgesproken wordt, willen respecteren. De dader moet het het slachtoffer niet nog zwaarder maken door het haar kwalijk te nemen dat ze aangifte gaat doen of heeft gedaan. Juist de dader zou vanuit de liefde dienen te respecteren dat een onafhankelijke derde naar de zaak gaat kijken en recht gaat spreken. Dit sluit vergeving op een later tijdstip niet uit. Integendeel.
Als christenen elkaar onderling op het terrein van de liefde dwarszitten, zoals bij roddel, haat en nijd het geval is, is het terecht dat daar de christelijke weg van overleg bewandeld wordt. Dat is namelijk de specialiteit van de kerk.
Wilt u of jij doorpraten?
Schroom niet: email mij en ik reageer.
mverhage@solcon.nl
M. VERHAGE-VAN KOOTEN