Hoe ga ik (als christen) om met mijn vrienden? Wat zijn eigenlijk ‘echte’ vrienden?
Ik heb een vriend.
Hoe ik dat weet, dat hij een vriend is, zal straks wel blijken.
Ik weet het nu namelijk zeker. Hij heeft me niet alleen getoond wat vriendschap is, maar het ook onder woorden gebracht, gezegd.
Hij had bezoek gehad, vertelde hij.
Van iemand die ik niet ken, maar die wel een beetje nieuwsgierig naar mij was.
En die iemand had op zeker moment gevraagd:
‘Die…(toen kwam mijn naam)…: wat is dat eigenlijk voor vent?’
Als antwoord had mijn vriend gegeven, zei hij me:
Dat kan ik je onmogelijk zeggen, want hij is een vriend van mij!
Ik vond het een mysterieus antwoord.
Ik was er wel blij mee, maar het had iets vreemds voor me.
Ik bleef er dagen mee bezig.
Toen ik hem weer ontmoette, vroeg ik om uitleg: ‘Wat bedoelde je daar eigenlijk mee… met dat ‘ik kan het je onmogelijk zeggen, want hij is een vriend van mij?’
Hij lachte.
‘Dat is toch heel eenvoudig?’ zei hij… ‘Op je vrienden lever je geen commentaar, juist omdat je wel weet wat er op ze aan te merken valt … en dat zou door die ander nu net zo gebruikt kunnen worden, zoals ’t niet bedoeld was!’
Weer had ik datzelfde gevoel…heerlijk…toch mysterieus.
Maar wel gaf het een sterk gevoel van veiligheid.
Er was, in dat gesprek van hem met die ander, een onzichtbaar en sterk cordon van veiligheid om mij heen geweest!
Ook mijn negatieve kanten! Waar hij wel van wist…die hij mij bij tijd en wijle ook wel zei… maar niet tegen die ander vertelde!
Hij is een vriend, die mij mijn feilen toont…en: ze niet aan een derde toont!
Dat is heerlijk…heel heerlijk, als je zo’n vriend hebt.
‘Ik heb u vrienden genoemd’… zei Christus tegen zijn discipelen.
Hij laat ze niet vallen!
Trekt om Zichzelf en Zijn vrienden een sterk en groot cordon van veiligheid!
(uit: ‘De zon wil ook door kleine raampjes schijnen’ van ds. J.J. Poort)