Jongeren en Israël, een combinatie die niet lijkt te kloppen?!
Een leerzaam gesprek met Wilko Spaan, student economie en dominee De Jager over Israël, de relatie tussen joden en kerk en de huidige politieke situatie. Speciaal voor jongeren die denken dat ze weinig over Israël weten!
Jodendom en kerk
Ds. De Jager: Als het gaat om “Israël”, kun je veel kanten op: het land, het volk, de messias- belijdende joden; alles valt onder het kopje Israël. Sinds het jaar 70 (verwoesting van de tempel in Jeruzalem) is het idee ontstaan dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen, maar dat is zeker niet waar. Israël neemt een aparte plaats in naast de kerk.
Wilko: Maar sinds de komst van Jezus is er geen onderscheid meer tussen jood en heiden. Wat is nou het volk van God?
Ds. De Jager: Paulus zegt in de Efezebrief dat je alleen zalig kunt worden door Jezus Christus. Dat geldt voor jood en heiden. Maar in de brief aan de Romeinen (hoofdstukken 9-11) benadrukt hij de bijzondere positie die Israël inneemt.
Ik vraag me af waarom “Israël” niet leeft onder jongeren. Hebben jullie een idee?
Wilko: We horen er weinig van. Ik denk dat het best eens goed zou zijn meer te horen over de bijzondere positie die Israël heeft.
Annelies: Het staat ver van ons af. In Huizen is geen joodse gemeenschap, je kunt heel gemakkelijk je eigen leven leiden zonder ooit een jood gezien te hebben. Maar wat is het belang van het joodse volk voor de kerk?
Ds. De Jager: Ik denk dat je de joden kunt vergelijken met je ouders: zoals jouw ouders er voor jou zijn, zo zijn de joden er voor de kerk.
Je zou de gelijkenis van de verloren zoon eens zo moeten lezen: de oudste zoon als beeld van de joden, de jongste zoon als beeld van de ‘heidenen’, de kerk dus. Dan kom je weer nieuwe bijzondere dingen tegen! Israël heeft een aparte verantwoordelijkheid, zoals de oudste in een gezin.
De Messias
Ds. De Jager: Jezus was ook een jood. Hij deed ook alle geboden, droeg bijvoorbeeld gebedsriemen. Het gaat in het jodendom om het houden van geboden. Jodendom is dus eigenlijk geen godsdienst, het is een leefwijze.
Wilko: Maar ze moeten Christus leren kennen?!
Ds. De Jager: Jezus is niet gekomen om de geboden te ontbinden, maar om ze te vervullen. In de bijbel staat ook een opdracht aan Israël: Wees een licht voor de volken. Messias-belijdende joden, die Jezus als hun Messias hebben aangenomen, houden zich hoogstwaarschijnlijk nog aan de geboden van Mozes. Ze zullen zeggen dat de offers een beeld zijn voor het offer van Christus. Deze joden hebben het trouwens erg moeilijk. Ze worden uit de synagoge gezet en zijn daarmee geen jood meer, daardoor kunnen ze niet trouwen, krijgen geen geld meer en ga zo maar door. Ze hebben geen leven.
Wilko: Dus eigenlijk is dat te vergelijken met de tijd van Jezus. Nicodemus ging ook in de nacht naar Jezus omdat hij bang was door de andere joden gezien te worden, met alle gevolgen van dien!
Besnijdenis en doop
Wilko: De joden worden nog steeds besneden, als teken van het eeuwig verbond. Voor ons is dit teken het water. In ons doopformulier staat dat de doop in plaats van de besnijdenis gekomen is. Hoe kijkt u daar tegen aan?
Ds. De Jager: Dat zinnetje stuit mij wat tegen de borst. De besnijdenis is ingesteld als teken van een eeuwig verbond, daarom vind ik het goed dat de joden nog steeds besneden worden. Eigenlijk gaat het hier om één verbond, met twee gestalten: voor de joden de besnijdenis en voor ons de doop.
Wilko: Maar Johannes de Doper heeft joden gedoopt. Hoe zit dat dan? Als zij besneden waren, behoorden zij toch al tot het verbond?
Ds. De Jager: Bij de doop die Johannes de Doper uitvoerde ging het meer om de vergeving van zonden. Zo liet hij zien dat de joden deze vergeving nodig hadden, dat ze dus Jezus nodig hadden.
Annelies: Een soort zichtbare profetie dus.
Ds. De Jager: Precies. Onze doop nu heeft twee betekenissen: het is het teken van het verbond, maar het gaat ook om de vergeving van zonden.
De politieke situatie
Ds. De Jager: de praktijk in Israël is triest. Afgelopen januari ben ik er geweest, er heerst armoede, het is er stil. De politieke toestand loopt terug. Ik ben van mening dat één van de twee moet toegeven, of Israël of de Palestijnen. Israël zou land op moeten geven voor vrede, zodat er een onafhankelijke Palestijnse staat kan ontstaan. Of dit bijbels verantwoord is, is een heikel punt. Ik denk dat dit te vergelijken is met de situatie rond Samaria in de tijd van Jezus. De Samaritanen kregen ook een stuk land van Israël om hun eigen staat te vormen, verder wilde Israël niets met ze te maken hebben.
Wilko: En Jeruzalem, wat zou daar mee moeten gebeuren?
Ds. De Jager: Ik denk dat het goed is wanneer Jeruzalem onder het beheer van de Verenigde Naties zal komen. Jeruzalem is altijd een aparte stad geweest, bij het verdelen van de stammen was deze stad ook neutraal terrein!
Wilko: Maar Jeruzalem is van de joden, het is Gods stad!
Ds. De Jager: Het probleem van Jeruzalem is eigenlijk het probleem van de Tempelberg. Voor joden en moslims is deze berg heilig. Veel joden zijn van mening dat het pas goed komt als de Messias komt.
Wilko: Hoe moeten we met joden omgaan? Moeten we zending bedrijven?
Ds. De Jager: We moeten met elkaar in gesprek gaan. Met elkaar bijbel lezen en joden tot inzicht brengen dat de profetieën in het Oude Testament op Jezus slaan.
De joden staan open voor discussie. Zo heb ik in januari een verhaal gehoord wat me is bijgebleven. Ondanks de ellende die er in het Midden-Oosten heerst, gebeuren er ook bijzondere dingen.
Een joodse jongen, van een jaar of twintig, studeerde in Jeruzalem. Hij woonde daar ook en hij zou in het weekend naar huis gaan, naar zijn ouders in Tel Aviv. Hij nam de stadsbus in Tel Aviv en in dezelfde bus zat een Palestijnse jongen van zijn leeftijd die zichzelf opblies. Zwaargewond werd de joodse jongen in het ziekenhuis opgenomen. Hij was nog bij kennis toen de arts tegen hem zei dat hij helaas niets meer voor hem kon doen. “Dan heb ik nog één wens,” zei de joodse jongen. “Ik wil graag mijn nieren en mijn lever afstaan voor orgaantransplantatie.” De arts vroeg of hij mensen kende die deze nodig hadden. Ja, hij kende drie Palestijnse kinderen. Zelf vermoord door een Palestijn, maar drie Palestijnse kinderen gered door zijn organen af te staan. ‘Hebt uw vijanden lief...’
Annelies Gooijer