Tussen vooroordeel en verzoening Arabische christenen en Israël
Een groep gemaskerde jongeren die stenen slingeren richting Israëlische tanks. Een wraakzuchtige menigte die leuzen schreeuwt tijdens de uitvaart van één van hun ‘martelaren’. Bloedige scènes van weer een zelfmoordaanslag op een bus vol onschuldige Israëli’s? Zijn dat niet de eerste beelden die ons door het hoofd schieten als wij nadenken over de Arabische wereld? ‘Terroristen, dát zijn het, allemaal!’
Van jongsaf heeft de Arabische wereld mij gefascineerd. Aanvankelijk was het Midden-Oosten voor mij uitsluitend verbonden met een wereld van geweld, geworteld in een satanische godsdienst. Lockerbie, de Intifada, de PLO, Khomenie, de Koran… Allemaal synoniemen voor puur kwaad dat niet zal rusten voordat Gods volk vernietigd is. Onbewust bestempelde ik de hele Arabische wereld als satanische zone. Dat er daar ook medemensen wonen, kwam nauwelijks in mij op.
Kennismaking met de Arabische kerk
Toch speelde in mijn achterhoofd ook altijd de vraag: valt het Midden-Oosten dan niet onder Christus’ heerschappij? Is dat kleine en jonge landje Israël het enige bastion van Gods Koninkrijk in die regio? Als wij het zendingsbevel geloven, dan moet er toch hoop zijn voor de hele Arabische wereld? Er is toch geen land en geen volk dat buiten Zijn heilsplan valt?
Mijn eerste intensieve kennismaking met de Arabische cultuur en met Arabieren was het uitwisselingsprogramma tussen onze gemeente en een gemeente in Syrië. Weliswaar was het een Armeense en geen Arabische gemeente, maar toch bracht het mij tot de schokkende ontdekking: er is een Arabische kerk! Er zijn daar christenen en zelfs reformatorische en evangelische christenen. Daar zijn kerken met een eeuwenoude traditie, met een Bijbel in het Arabisch! Deze ontdekking maakte radicaal een einde aan mijn beeld van de Arabier als een terrorist met een Palestijnse sjaal en een kalashnikov.
Onderdrukte minderheid?
In westerse kerken wordt de Arabische kerk graag voorgesteld als een vervolgde minderheid, levend in dagelijkse angst voor arrestaties en folteringen. Het is waar dat de kerk heel weinig ruimte krijgt in de samenleving. Het is waar dat in sommige landen christenen gedetineerd en gemarteld worden omwille van het Evangelie. Maar functioneert het stereotype van de onderdrukte kerk soms niet als een gemakkelijke rechtvaardiging van vooroordelen tegen die kwade islamitische wereld? Vallen we dan niet terug in onze vooroordelen? ‘Terroristen zijn het, allemaal, behalve dan die kleine groep arme vervolgde christenen, die wij moeten redden uit die zee van verderf’.
De waarheid is dat de meeste Arabische christenen sympathiseren met hun, overwegend islamitische, volk en regering, zeker als het gaat om de presentie van Israël. Zij voelen zich bedreigd door de staat Israël. Zij steunen een organisatie als Hezbollah in de ‘vrijheidsstrijd’. Zij identificeren zich met de demonstrerende menigten in de Westbank en Gaza. Zij rechtvaardigen zelfmoordaanslagen niet, maar delen wel in het verlangen naar rechtvaardigheid voor de Palestijnen.
Hoe diep deze Arabische volkssolidariteit gaat, begreep ik pas toen ik met jonge Palestijnse christenen in gesprek raakte. Hun angsten en hun dilemma’s zijn onvoorstelbaar groot. Hen is onrecht aangedaan. Zij voelen zich vernederd en vertrapt. Zij weten zich zelden veilig. Zij willen zich verzetten. Maar anderzijds schamen zij zich vanuit hun christelijke geloofsovertuiging voor het radicale geweld van organisaties als Hamas en islamitische Jihad.
Geloof en politiek
Hoe meer verhalen ik hoor van Palestijnse christenen, hoe meer ik kan begrijpen waarom zij grote moeite hebben Israël een plek te geven in hun geloof. Het is moeilijk voor hen om de geschiedenis van het volk Israël te lezen, omdat dit voor hen onherroepelijk associaties oproept met de huidige politieke situatie. Het is moeilijk voor hen om te aanvaarden dat Israël een bijzondere plaats inneemt in Gods heilsplan, omdat hun ervaring zegt dat er geen natie is die dat minder verdient dan Israël. Ik kan begrijpen, maar soms doet het mij pijn om te horen hoe gemakkelijk het getuigenis van de Schrift in dit proces opzij gezet wordt.
We moeten bovendien ook niet over het hoofd zien dat aan de wortels van deze moeiten ook vooroordelen liggen. De Arabische media herhalen dag aan dag dezelfde boodschap: de Zionisten hebben een complot gesmeed tegen ons Arabieren. Zij hebben ons ons land ontnomen en als wij ons niet verzetten, ontnemen zij ons nog meer. Achter iedere terroristische aanslag in de wereld, inclusief 11 september, wordt de hand van Israël en Amerika vermoed. Israël probeert de Arabische wereld in een kwaad en zichzelf in een goed daglicht te stellen. Zo wordt het strenge optreden tegen de Palestijnen gerechtvaardigd. Geen twijfel is mogelijk: ‘leugenaars zijn het, allemaal!’
De roep om verzoening
Waar mensen elkaar categoriseren en bestempelen, daar is verzoening ver weg. Voor verzoening is een echte ontmoeting nodig. Want in een ontmoeting veranderen ‘terroristen’ en ‘leugenaars’ in medemensen. Van echte ontmoetingen tussen Arabieren en Israeli’s is momenteel echter bitter weinig sprake.
Toch zijn er tekenen van verandering. Enkele jaren geleden maakte ik op een GZB-conferentie kennis met mensen van de organisatie Musalaha. Musalaha – het is een Arabisch woord dat verzoening betekent – is een verband waarbinnen joden en Palestijnen die zoeken naar verzoening elkaar kunnen ontmoeten. Daar gaan de maskers af en worden vooroordelen opzij gezet. Musalaha is een initiatief van Palestijnse christenen en messiasbelijdende joden: in de Here Jezus Christus overkomen zij hun politieke geschillen en vinden zij elkaar. “Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap heeft weggebroken.” (Ef. 2: 14) Laten wij bidden dat deze roep om verzoening meer en meer gehoord wordt in het hele Midden-Oosten.
ds. Wilbert van Saane