Eeuwigheidsperspectief
Lange tijd ben ik in de veronderstelling geweest dat er in de bijbel heel weinig teksten over de hemel voorkomen. Dat het ons dus niet gegeven is om uitspraken over de hemel te mogen doen. Randy Alcorn heeft mij door zijn boek ‘In het licht van de eeuwigheid’ van het tegendeel overtuigd. Ik ben zeer kritisch gaan lezen, omdat ik niet houd van allerlei fantasie en speculaties over ‘de dingen die boven zijn’. Alcorn speculeert echter niet, maar ondersteunt zijn visie met bijbelteksten. Voor mij was het een bijzonder boek; troostrijk ook en het heeft ertoe geleid dat ik nu een (bijbels) beeld van de hemel heb gekregen, terwijl ik er eerst eigenlijk nooit over nadacht, of in elk geval: zeer abstract. Vandaar dat ik het graag met u deel. Hieronder vindt u enkele fragmenten uit het boek:
Thuis
De bijbel vertelt ons dat de hemel niet alleen de woonplaats van God is maar ook van Zijn engelen (Luc.2:15; Matt.28:2; Hebr.12:22). Verder is het de verblijfplaats van Gods aardse heiligen die gestorven zijn en nu in Zijn tegenwoordigheid wonen (Openb.4:4, 10-11; 5: 6,8; Luc.16:22,25; Hebr.12:23).
De hemel zal ons thuis zijn, want het is Gods thuis en zij die geloven, worden kinderen van God genoemd. Een kenmerk van thuis is vertrouwdheid. Je bent er jezelf, op je gemak; het is een plaats waar je wilt zijn. Als de hemel ons thuis is, moet het de eigenschappen hebben die we met een thuis associëren. De hemel is dus geen onbeschrijfelijke ruimte die geen enkele materiële eigenschap heeft, waar een ontbonden geest doelloos rond zal drijven.
Hoe zullen we zijn in de hemel?
Satan laat ons graag denken dat we in de hemel heel anders zullen zijn en niet echt onszelf. De bijbel laat echter zien dat mensen in de hemel bij hun naam worden genoemd – Abraham, Isaak en Jacob (Matt.8:11). Een naam duidt een identiteit aan, een individuele persoonlijkheid. Het feit dat ons ook een nieuwe naam gegeven zal worden (Openb.2:17), toont aan dat onze unieke karakters zullen groeien. Net zoals namen soms de verwachtingen van ouders voor hun kind weergeven. Dat wij alleen deze nieuwe naam kennen, wijst aan dat er privacy in de hemel is – sommige dingen zal God niet met iedereen delen, maar alleen met ons. We gaan niet op in één of ander kosmisch bewustzijn. Net als Jezus die met Zijn opstandingslichaam eerst niet herkend werd (Joh.20:15; Luc.24:15-16), maar wiens innerlijke identiteit kennelijk toch door Zijn veranderde verschijning openbaar werd (Joh.20:16; Luc.24:31).
In de hemel zijn er waarschijnlijk herinneringen van de aarde en heb je wellicht zicht op gebeurtenissen die plaats hebben (gehad). De martelaren in de hemel (Openb. 6:9-11) herinneren zich duidelijk wat er op aarde was gebeurd, inclusief het enorme lijden dat ze hebben ondergaan. Met sterke emotie verwachten e
n zien zij uit naar het komende oordeel van God. Dit strookt misschien niet met het overheersende geloof dat onplezierige herinneringen ons geluk in de hemel in de weg staan. Vreugde in de hemel hangt echter niet af van gewiste gedachten, maar van een vernieuwing van onze gedachten. Daardoor begrijpen we ook meer van de geweldige grootsheid van de eeuwige hemelse vreugde in vergelijking tot de betrekkelijke kortstondigheid van ons aardse lijden (Rom.8:18).
De hemel zal ook niet saai zijn. Dit laat satan ons maar al te graag denken. We zullen leren (Ef.2:6-7; Kol.1:10) en heersen (1 Kor.6:2-3), maar ook dienen (Openb.7:15) en God vereren (Openb.22:3). De verheerlijking van God zal het uiteindelijke doel zijn en dit zal ons eeuwig welzijn tot gevolg hebben.
Eeuwige beloningen
Ons leven op aarde heeft eeuwigheidswaarde. God vergeet namelijk onze werken niet (Hebr.6:10). Goede werken zijn onontbeerlijk in het christelijke leven (Jac.2:17-26; 3:13). Ze zijn niet bepalend voor waar we de eeuwigheid gaan doorbrengen, in de hemel of in de hel. Dat wordt bepaald door ons geloof, dat zelf een geschenk van God is. Onze verdere positie in elk van deze plaatsen zal bepaald worden door onze werken. Verlossing gaat over Gods werk voor ons. Beloningen gaan over ons werk voor God. Het zijn de schatten die we in de hemel moeten verzamelen (Matt.6:20).
Hoe zit het dan met de vergeving van zonden? Vergeving betekent dat God eeuwige veroordeling verwijdert. Het betekent niet dat onze daden in het leven geen gevolgen op aarde hebben, noch in de eeuwigheid. Een vergeven persoon kan zijn beloning verliezen en zo bijvoorbeeld een leidinggevende positie in het koninkrijk verspelen (Openb.3:11).
Het kweken van eeuwigheidsbesef
Ons leven op aarde is kortstondig als het gras. De eeuwigheid kent geen einde. Waarom houden we ons niet meer met onze toekomst bezig? Het is zoals C.S. Lewis schrijft: We zijn als een onwetend kind dat zijn zandtaartjes in de modder wil blijven maken omdat het zich eenvoudig niet voor kan stellen wat wordt bedoeld met een aanbod van een vakantie aan zee.
We zijn druk met het verzamelen van schatten op aarde, die we niet mee kunnen nemen. God verwacht niet dat we naar de dood verlangen – Hij verwacht wel dat we naar de hemel verlangen. Als een christen sterft gaat hij niet vanuit het leven de dood in. Hij gaat vanuit de dood het leven in.
Tenslotte nog een paar opmerkingen:
- Alcorn merkt in zijn boek terecht op dat alle beschrijving van de hemel uiteindelijk te kort schiet. In het echt zal alles onbeschrijfelijk fantastisch zijn.
- In het boek wordt de hel niet genegeerd. Dit is de andere mogelijkheid waar je als mens terecht kunt komen.
- Er worden veel teksten uit Openbaring aangehaald en ook de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus uit Lucas 16 is een belangrijke informatiebron. Alcorn neemt veel teksten vrij letterlijk, terwijl het gaat om visioenen, beelden en een gelijkenis.
- Soms is in het boek niet duidelijk wanneer het om de huidige hemel gaat en wanneer om de nieuwe hemel en aarde. Daardoor krijg je de indruk dat de hemel onze eindbestemming is. Uit Openbaring 21 kunnen we echter opmaken dat onze eindbestemming op de nieuwe aarde ligt.
Henriët Baas-Seinen
