De kerk binnenste-buiten
Onlangs moest ik mijn verblijfsvergunning vernieuwen. Het is een jaarlijks bureaucratisch ritueel waarin ik een maand lang van kantoor naar kantoor gestuurd wordt. Een van de stations onderweg naar de fel begeerde kaart is een papier waarin ik beloof geen activiteiten te ontplooien die de religieuze en politieke balans in Libanon verstoren. Het is dus verboden mensen te bekeren van de ene religie tot de andere. Eerlijk gezegd heb ik even geslikt toen ik mijn krabbel op het papier zette. Maar later bedacht ik mij: gelukkig gaat het in zending niet om het maken van bekeerlingen. Gelukkig is dat niet onze verantwoordelijkheid, maar ligt dat alleen in de handen van de Almachtige.
Dit voorval geeft aan hoe gevoelig zending ligt hier in het Midden-Oosten. De kerk heeft relatief weinig bewegingsvrijheid. De verleiding om maar helemaal van zending af te zien is groot. De kerk zou kunnen zeggen: Wij kunnen in onze situatie nu eenmaal geen kant op. We wachten op betere tijden.
Het antwoord van het Philemon Project is anders. Om het met een term van Johannes Hoekendijk te zeggen: in het project keren we de kerk binnenste-buiten. De gemeente doet geen zending, maar de gemeente is zending. Tijdens mijn stage in de Jeruzalemkerk in Amsterdam-West heb ik gezien hoe dat in de praktijk in zijn werk gaat: de Jeruzalemkerk is een gemeente die zich geroepen weet kerk te zijn voor de (voornamelijk) seculiere buurt. In alles beoogt men getuige te zijn van Christus. Lees hierover meer in het boekje ‘De aantrekkelijke gemeente van’ van ds. Chris van Andel.
Het is weliswaar moeilijk om als gemeente naar buiten, de samenleving in te treden. Maar als alles wat op het erf van de kerk gebeurt in het teken van haar zending staat, dan kan het getuigenis door geen overheid worden opgesloten! Ons diaconaat, ons kinder- en tienerwerk, onze bijbelgroepen: het is er allemaal op gericht om mensen uit te nodigen tot discipelschap.
De kerk binnenste buiten keren: dat wil zeggen dat we altijd de grote opdracht van onze Here in gedachten houden. Het betekent dat we er zijn voor iedereen die aanklopt. Het betekent dat we laten merken dat de gemeente een plaats is waar de genade van Christus woont. Het betekent dat we bereid zijn om offers te brengen voor mensen in geestelijke of materi¸le nood.
Deze zomer heeft onze internationale gemeente een vakantiebijbelschool georganiseerd voor kansarme Afrikaanse kinderen. De meeste kinderen kwamen uit (nominaal-) christelijke families, maar sommigen hadden een moslim achtergrond. ‘s Morgens begonnen we met lessen in computer en Engels en ‘s middags waren er een bijbelverhaal, handwerk en spel. Missie en diaconaat gingen hand in hand. Sommige gemeenteleden gaven een bijdrage in de vorm van een oude computer, anderen een financi¸le bijdrage. Niemand had ons gevraagd deze activiteit te organiseren. Maar als gemeente besloten we om dit op ons te nemen, omdat we geloven dat deze kinderen het waard zijn en omdat we de nood van deze kinderen zagen. Ook hen wil de Here Jezus tot zijn discipelen maken.
De kerk binnenste buiten keren: dat kost ons iets. Het kost ons zweetdruppels, creativiteit, tijd, toewijding. Een missionaire kerk is een actieve kerk, waarin hard wordt gewerkt en waarin oog is voor nieuwe uitdagingen. Mensen tot discipelen maken is bovendien een proces van vele maanden, ja zelfs jaren. Maar laten we het niet opgeven! De Here geeft ons immers ook niet op!
Wilbert L.P. van Saane
