Op weg naar ‘melk-en-brood-diensten’
In Gouda menen we een trendbreuk te bespeuren. Er melden zich al een paar jaar zoveel mensen voor de Alpha-cursus, dat we op zijn minst de indruk krijgen dat er weer meer mensen ‘op zoek zijn naar meer’ dan een aantal jaar geleden. Opeens dienen zich weer kansen aan die er lang niet waren. Maar de keerzijde is, dat er veel gevergd wordt van de gemeente. Missionair gemeente-zijn kan blijkbaar niet op een koopje. Het vraagt offers en dat is best spannend.
Alpha .. en dan?
Net als op veel andere plaatsen liepen ook wij tegen de vraag aan, of er ‘leven is na Alpha’. Sommige cursisten stroomden vlotjes door naar reguliere vervolgtrajecten, werden gedoopt en/of deden belijdenis en zijn nu behoorlijk ingeburgerd. Dat is geweldig om mee te maken. Maar het merendeel van de cursisten blijft hangen op de cursus of drentelt wat rond in het voorportaal. Voor sommigen van hen geldt, dat dat wel zo zal blijven. Ze zijn eenvoudigweg wat Huub Oosterhuis van prins Claus zei: ‘Niet zo’n kerkganger’. We moeten er maar van uitgaan, dat Nederland heel wat mensen telt, die niet los van God zijn, maar ook niet vast zitten aan de kerk. Toch ging het ons te ver ons daar bij neer te leggen. Het zit er immers dik in, dat een deel van deze zoekers simpelweg struikelt over onze drempels. Dat wil je als gemeente toch niet op je geweten hebben?
Diensten voor belangstellenden
Nu hadden we de zoekers wel iets te bieden. Twee, drie keer per jaar wordt in onze gemeente een dienst voor belangstellenden belegd. We kopen voorafgaand aan deze dienst een pagina in een Goudse huis-aan-huis-krant en proberen iets goeds neer te zetten. Dat werkt, want we mogen in deze diensten heel wat gasten verwelkomen, waaronder ook Alpha-cursisten. Niet slecht, zou je zeggen. Toch konden we niet tevreden zijn. Een eerlijke evaluatie leerde ons, dat deze diensten te weinig bijdragen aan een gemeentestructuur die zoekers een route biedt om een toegewijd discipel van Jezus en een levend lid van zijn lichaam te worden. Daarom besloot de kerkenraad een commissie te benoemen, die deze vragen zou onderzoeken.
Melk en brood
De commissie kreeg al snel de naam ‘Commissie Melk en Brood’. De eerste vraag die werd gesteld was namelijk: zou het mogelijk zijn om in een gewone dienst zowel melk aan beginners als vast voedsel aan geestelijk volwassenen uit te delen? In navolging van de Redeemer Presbyterian Church in New York (en dus anders dan bijvoorbeeld Willow Creek) werd de conclusie getrokken, dat dit mogelijk moet zijn. De commissie kwam met de aanbeveling, om er naar te streven van iedere dienst in onze gemeente een ‘melk-en-brood-dienst’ te maken.
Voor mij als predikant betekent dat, dat ik ervan uit moet gaan, dat in iedere dienst zowel zoekers als ‘ouddienenden’ zitten en dat ik beiden moet proberen aan te spreken. Ik heb inmiddels gemerkt, dat dit in principe vergaande consequenties heeft. Als je je er eenmaal op toelegt, spreekt niets meer vanzelf. Werkelijk ieder onderdeel van de dienst en de preek vraagt om steeds nieuwe doordenking. Tegelijkertijd moet ik ook zeggen, dat er een wereld voor me open gaat en dat ook de bijbel er volop aan tegemoet komt. En bovendien: ik denk dat zowel zoekers als oudgedienden er de vruchten van plukken!
Randvoorwaarden en de gezindheid van de gemeente
Maar niet alleen van de predikant wordt veel gevraagd. Het rapport bevat ook aanbevelingen over de randvoorwaarden van een kerkdienst. Drempels worden ook verlaagd door heldere informatievoorziening, voldoende bemensing op verschillende plaatsen in de kerk, een gastvrije koffiehoek, etc. Maar bovenal wordt een appèl gedaan op de gezindheid van alle gemeenteleden. Hebben we de gezindheid van Christus en zijn we bereid om wat dierbaar is ‘geen roof te achten’ maar ‘onszelf te ontledigen’ om de ander te redden (Filippenzen 2)? Dat is natuurlijk wel de meest spannende vraag die gesteld kan worden en zelfs de meest missionair bevlogen broeder of zuster loopt dan tegen de valkuilen in het eigen hart aan. Op dit punt zal het Woord in de kracht van de Geest zijn werk moeten doen (hetgeen gelukkig ook gebeurt!), maar spannend blijft het wel.
Toch een extra alternatief
Tot onze grote vreugde horen we nogal eens terug, dat onze diensten qua verstaanbaarheid best heel toegankelijk zijn. We lijken dus te vorderen op de weg richting melk-en-brooddiensten. En toch .. er blijven knelpunten. De afstand tussen kring en reguliere kerkdienst blijft toch groot. Vandaar dat we vanaf januari 2004 een alternatieve dienst in het leven hebben geroepen, de zogenaamde Alpha-meeting. Deze samenkomsten worden, eens per twee weken, om drie uur ’s middags belegd in het koor van de St. Janskerk. Ze hebben zowel het karakter van een kring als van een dienst. Het kringkarakter wordt nagestreefd door een informele, gezellige opstelling van tafels en stoelen, koffie en thee vooraf en veel ruimte voor ontmoeting en gesprek. Het dienstkarakter wordt bereikt door het zingen van enkele liederen, een bijbelstudie door de predikant (zonder toga, zonder stropdas), een collecte en een gebed. De meetings zijn uitdrukkelijk bedoeld voor Alpha-cursisten én voor gemeenteleden die een plek zoeken om zoekende vrienden en kennissen mee te nemen. Het is dus niet de bedoeling, dat de meetings op een goede zondag de middagdienst gaan vervangen, maar ze vormen hopelijk een tussenschakel tussen kring en kerkdienst. Inmiddels hebben we tien van deze meetings gehad en hebben we besloten er volgend jaar mee door te gaan.
Tenslotte
Het bovenstaande laat denk ik goed zien, dat missionair gemeente-zijn het hele gemeenteleven raakt. Als het echt ons verlangen is, om zoekende (of gevonden!) mensen in het huisgezin van onze gemeente op te nemen, dan zullen we merken dat dit het een en ander kost. Missionair gemeente-zijn vraagt om een doordachte organisatie en de bereidheid om mensen werkelijk tegemoet te komen. Dat lijkt een hoge prijs, maar de beloning is groter. Niets is mooier dan mensen thuis zien komen bij God.
Bas van der Graaf (Gouda)
(Dit artikel werd onlangs ook geplaatst in het blad ‘Transmissie’)