Verkoren of… verloren?
In de tijd dat wij nog in de wieg lagen, verscheen zeer geregeld het hoofd van moeder of vader boven ons gezicht. Het eerste lachje, wat werd er naar uitgekeken. Later ging het om het lopen, fietsen etc. Kortom, wij hebben bijna vanaf het moment van onze geboorte prestaties moeten leveren.
Ik zie in het woord ‘presteren’ het woord ‘pressen’. Hoewel de meeste mensen niet geprest willen worden, leggen zij het zichzelf wel vaak op.
De Bijbel maakt ons duidelijk dat wij bij de Here God niet behoeven te presteren. Sterker: niet kunnen presteren. Al helemaal niet als het om onze zaligheid gaat. We zijn geheel afhankelijk van God. Voor de één een troost, voor de ander een punt van twijfel.
Dat blijkt wel uit het feit dat nog al wat mensen met de vraag worstelen of zij wel verkoren zijn tot het eeuwige leven. ‘Als ik niet uitverkoren ben, dan…’. Om het toch zelf (weer) in de hand te krijgen, kunnen we vluchten in eigen prestatie en dus zélf kiezen voor God. Maar er is een uitnemender weg, door God Zelf gebaand!
Gods verkiezing beweegt zich van Israël naar de verkiezing van Christus en van Christus naar Zijn gemeente en van daaruit naar de enkeling.
De vraag is dan of ik deel uitmaak van de gemeente van Christus. Dat is zo, als ik gelovig ben, als ik aan de roepstem van God gehoor geef. Ik ben uitverkoren om lid van de gemeente te mogen zijn en om het Evangelie te mogen horen. Vanuit het gelovig horen en het gelovig aannemen van Christus als mijn Verlosser, mag ik mij heel persoonlijk uitverkoren weten.
Calvijn noemt Christus de spiegel van de uitverkiezing. Ik kijk via de spiegel Christus in het hart van God om mijzelf daar geborgen te zien in de eeuwige liefde van God mijn Vader.
Door ongelovig omgaan met de verkiezing ontstaan allerlei misvattingen en onnodige twijfel. De verkiezing wordt dan een ding, een kraslot waarbij ik maar moet afwachten of ik een goed lotnummer te pakken heb. Wanneer ik leef bij een verkiezingsidee dan word ik depressief.
De vraag is: ‘wat denk ik van Christus?’ Als de Here Jezus mij vraagt ….: ‘Heb je Mij lief?’ Wat is dan mijn antwoord? De Here weet alle dingen, ook mijn twijfel op deze vraag. Hoewel begrijpelijk, is het niet nodig. En op die toonhoogte wil ik biddend blijven. Christus’ liefde voor mij(!) doet alle geloofsprestatie verbleken en zet mij naast Petrus: ‘Gij weet, dat ik U liefheb’.
Ja… maar… als…
Nee! Waar het woord ‘verwerpen’ in de Bijbel voorkomt, lees ik steeds dat God verwerpt die Hem, Zijn Woord en Zijn liefde verwerpt en blíjft verwerpen. De verwerping is niet spanningsloos de logische tegenhanger van de verkiezing. Bijbels is: God verkiest in Christus, maar verwerpt om de zonde.
Jan Verkerk