Trouw zijn naar elkaar
Trouw zijn: een begrip dat in de kerkelijke gemeente een heel vertrouwde klank heeft. Het ‘hoort’ bij ons kerkzijn. We kunnen eigenlijk niet zonder. Hoe geven we inhoud aan het woord trouw en hoe ervaren wij dat woord?
De basis voor het begrip trouw in de christelijke gemeente ligt bij de Here God. Hij sluit een verbond met mensen: Ik houd voor altijd van je, Ik zal je trouw blijven, ook als je bij me wegloopt, Mij afwijst of Mij ontrouw wordt. Het trouw zijn van de Here God betekent dat je altijd weer mag terugkomen bij Hem.
Op deze belofte kunnen we in de christelijke gemeente trouw zijn naar elkaar. Hoe kun je dat handen en voeten geven? Ik spits het toe naar het onderlinge bezoekwerk in onze gemeente.
Op het eerste gezicht roept het woord ‘trouw’ een heel eenzijdige beweging op.
Aan de ene kant gemeenteleden die anderen bezoeken en dat ‘trouw’ doen en aan de andere kant de gemeenteleden die het bezoek, het trouw zijn van anderen, ontvangen. Het lijkt zelfs heel ongelijkwaardig: er zijn ‘gevers’ en ‘ontvangers’. De gevers lopen van hot naar her en de ontvangers wachten thuis (ongeduldig) op het bezoekje. Het resultaat is frustratie bij de gevers: ‘er is zoveel te doen’ èn frustratie bij de ontvangers: ‘er wordt naar mij maar weinig omgekeken’.
Het is duidelijk dat dit beeld niet erg opbouwend is. Toch kom je het binnen de gemeente regelmatig tegen.
Het begrip ‘trouw’ heeft veel te maken met het woord ‘troost’. In het Latijn is troost:
consolatio: samen (con) zijn met iemand die alleen (solus) is.
Het gaat dan over het moment dat je bij elkaar bent. Onder Gods hoede wel te verstaan! Je bent bij elkaar. Je hebt elkaar iets te vertellen, samen iets te delen: je maakt allebei deel uit van de gemeente van de Here God. Samen deel je de dingen die je binden, met elkaar èn met God. Je luistert samen en je richt je naar de Geest van God.
Veel nood en eenzaamheid is er in onze gemeente. Veel mensen hebben oprechte zorg en aandacht nodig van de gemeente. Het vraagt trouw en toewijding van de gemeente. Het is echter geen eenrichtingsverkeer van de ‘gever’(de bezoeker) naar de ‘ontvanger’ (degene die bezocht wordt). Juist in het pastoraat is het een heel intieme en tere aangelegenheid. Samen, onder de hoede van de Here God, zoeken naar de wegen die God aanreikt. Hoe vind je die wegen, hoe sta je tegenover de Here God, wie is de Here Jezus voor jou? Voor beide gesprekspartners belangrijke onderwerpen. Het onderlinge pastoraat is een prachtige manier om samen te zijn als gelovigen. Je hebt elkaar veel te bieden in: bemoediging, zegen, bidden en bijbellezen. Ook in opscherpen, in corrigeren, in helpen en delen van pijn en verdriet. Geven wordt ontvangen en ontvangen wordt geven. Je geeft aan elkaar en je ontvangt van elkaar EN… je ontvangt beiden van de Here God en je kunt beiden aan de Here God geven, want je bent in afhankelijkheid van Hem.
Zo zijn de bezoekjes die we naar elkaar doen van wezenlijk belang. Daar kun je een poosje op teren. Aan de buitenkant lijken het heel gewone bezoekjes, maar van binnenuit zijn het glanzende parels in Gods Koninkrijk.
Deliana Heutink-van Ghesel Grothe