De stimulerende werking van Trouw
Trouw is een relationeel begrip. Zoals elders in dit Katern aangegeven heeft het alles te maken met een relatie tussen God en mens en mensen onderling. Trouw heeft echter ook een persoonlijk element en is meer dan een verplichting. Het is ook een verrijking van jouw leven en van anderen in je directe omgeving.
In de maatschappij waarin we leven zijn we erg op onszelf gericht. Via media en andere kanalen worden we voortdurend geprikkeld keuzes te maken die ten voordele van ons zelf uitpakken. ‘Ik’ sta centraal. De mate van trouw zijn duurt soms zolang als dat we er zelf baat bij hebben. Het blijkt maar al te vaak dat een dergelijke instelling niet bevredigt of tevredenheid biedt. In welke mate ben ik als christen vergiftigd met dit normen en waarde patroon? Kan ik ‘trouw zijn’ leren?
Een commentaar heeft altijd het gevaar van ‘het opgestoken vingertje’. Ik wil echter benadrukken dat werkelijk ‘trouw zijn’ geen verdienste van ons zelf is, maar genade, dat alleen vorm kan krijgen door het geloof in Jezus Christus.
Volgens Van Dale betekent ‘trouw’ het volharden bij hetgeen men aangenomen heeft of begonnen is. Christus heeft dat als geen ander getoond. ‘Trouw zijn’ kun je leren door je leven te spiegelen aan Zijn volbrachte werk.
‘Trouw zijn’ kun je dus leren. Toch krijg je het gevoel dat we daar maar weinig mee bezig zijn. In het gehaaste leven van vandaag de dag rest vaak het ‘trouw zijn’ aan je zelf. Hoe kun je ‘trouw’ dan uitleggen aan een volgende generatie als we zo consumptief gericht zijn?
De afgelopen weken heeft er in ons kleinste kamertje een A-4tje gehangen, waarop elke bezoeker zijn gedachten over ‘trouw’ kon opschrijven. Een paar wil ik er noemen:
- trouw = eerlijk zijn
- betrouwbaar zijn in voor én tegenspoed
- doe trouw wat je ouders, meester en juf je zegt (braaf, hé)
- belofte houden
- echte trouw blijkt vooral in tijden van moeite en verdriet, niet als alles goed gaat

Onze kinderen voelen redelijk goed aan waar ‘trouw’ mee te maken heeft. Sterker nog: ze raken onzeker als in hun omgeving zich ‘ontrouw’ openbaart. Onzekerheid als er zich weer een echtscheiding voordoet en ze de gevolgen voor leeftijdsgenoten waarnemen. ‘Kan dat bij ons ook gebeuren?’
Zou het niet goed zijn trouw vanuit een ander perspectief te benaderen. ‘Trouw’ heeft immers een positieve uitstraling. Daarin kunnen we ons als christenen juist onderscheiden. Het heeft een aanstekelijke werking als je bij anderen iets merkt van ‘trouw’. Het stimuleert als broeders en zusters standvastig zijn in het bezoeken van de tweede kerkdienst ondanks de lege banken. Als door dik en dun een directe naaste gesteund en geholpen wordt, ook als een woord van dank ontbreekt.
Wellicht moeten we elkaar daar eens meer op wijzen. ‘Trouw’ is een krachtbron. Een warmtebron, zo u wilt. Het ondersteunt de christelijke gemeente, draagt bij aan het zijn van een lichtend licht en een zoutend zout. Laten we elkaar daarop aanspreken. Natuurlijk, het heeft alles te maken met verantwoordelijkheid nemen en dragen. Je taak en roeping onvoorwaardelijk op je nemen. Want dat ‘trouw zijn’ aan elkaar is ook onvoorwaardelijk. Dus zonder voorwaarden, maar uit liefde. En dan moet ik weer denken aan onze Heiland Jezus Christus. Heere, helpt u mij trouw te zijn!
Peter Wiesenekker