Waarom besnijdenis op de achtste dag?
Eén van de vele onderwerpen uit het fascinerende boek ‘Moderne Wetenschap in de Bijbel’ geschreven door drs. Ben Hobrink, is de verklaring van het tijdstip van de besnijdenis. In dit boek gaat de schrijver in op het gebod dat vermeld staat in Genesis en Levicticus: ‘En op de achtste dag zal het vlees zijner voorhuid besneden worden’. In Leviticus 12:3 staat dat de besnijdenis van een pasgeboren jongen per se op de achtste dag moet geschieden, ook als deze dag op een sabbat of een andere heilige feestdag valt.

Pas in de twintigste eeuw is men er achter gekomen waarom. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat baby’s de eerste vier levensdagen bijzonder vatbaar zijn voor bloeding. Metingen hebben het verloop van het aantal bloedstollingelementen gedurende de eerste dagen na de geboorte inzichtelijk gemaakt. Deze elementen zorgen ervoor dat een wond stopt met bloeden. Het normale niveau hiervan is 100% maar tijdens de eerste dagen verloopt dit van circa 90% tijdens de geboorte, tot circa 40% op de derde dag. Een verwonding tussen de tweede en de vijfde dag zal een baby dus ernstig in gevaar brengen. Na de derde dag gaat het niveau snel stijgen tot circa 110% op de achtste dag, daarna zakt het weer tot het normale niveau. Op de achtste dag heeft een baby dus meer bloedstollinglichaampjes dan op enig andere dag in zijn leven! Een bloeding zal dan dus snel stoppen. Oftewel, de achtste dag is de perfecte dag voor de besnijdenis.
Bron: Moderne wetenschap in de Bijbel, drs. Ben Hobrink
Gerdieneke Schaap-Klein