Hervormd Huizen
Home
Info

Agenda
Aktiviteiten en bijeenkomsten

Evangelisatie en Zending
HEZC
Agenda HEZC
Vacatures HEZC
Missionair kringwerk
Oriëntatiecursus
Folder Oriëntatiecursus
Ontmoetingskring
Groeikring
Boekhandel "De Echo"
Werkgroep voor de Zending
Onze zendingswerkers
Zendingswerkers gezocht

Jeugd
Hervormde Jeugdraad
Verenigingen en clubs
Jongerenwerker
Kinderpagina

Verenigingen
HGVV
Aangesloten verenigingen

Welzijn en zorg
Hulpverlening
Thuiszorg
Maatschappelijk werk
Mantelzorg
Particuliere Zorg
Amaris Voor Anker
Diaconie allerlei
Diaconale Welzijns C'ie

Kerkelijk centrum 't Visnet
Zalencentrum 't Visnet

Documentatie
Huwelijk en samenwonen
KernKatern
Liturgische Formulieren
Groei onderwerpen
Kerkbladarchief

Historie
Geschiedenis Oude kerk
Foto's Oude kerk
Lijst van predikanten
De reformatie in Huizen
Aantekeningen Jacob Prins

Diversen
Media
Kerkradio
Huisstijl
Uitzendingen Radio 6fm
Openstelling Oude kerk

 
Huidige pad:
/ KernKatern / 06-06 / Visie /

Visie
De positie van de vrouw in de gemeente
De positie van de vrouw in kerkhistorisch perspectief


Introductie

Het thema van dit KernKatern is ‘man en vrouw in bijbels perspectief’. De redactie heeft een selectie gemaakt uit allerlei onderwerpen waarover onder dit thema geschreven kan worden.

 

Verschillende overwegingen speelden bij de keuze een rol. Waar wij een tijdlang over hebben gedubd, is het onderwerp over de plaats van man en vrouw in de gemeente. Moet je hier nu wel of niet over schrijven? Hoe moeten we hierover schrijven? Mogen we bepaalde standpunten naar voren brengen of uitsluiten? Wat zal de gemiddelde lezer hiervan vinden? U voelt het wel aan: niet eenvoudig. Dan maar een ander thema? Dat was voor de redactie geen keuze. Wanneer we open en eerlijk met elkaar om willen gaan en in gesprek willen blijven, dan kan ook dit thema aan de orde komen.

Wij hebben wat het genoemde onderwerp betreft Ilonka Terlouw en Albert Scheer gevraagd een artikel voor deze rubriek te schrijven. Beiden volgen een theologiestudie. Albert is voldoende bekend in ons midden. Ilonka is onder andere bekend vanuit het jeugdwerk. Door haar studie theologie en de predikantenopleiding is voor haar de vraag naar de vrouw in het ambt erg concreet geworden. Het was voor haar niet eenvoudig hier een weg in te vinden. In onderstaand artikel leest u haar persoonlijke visie.

 

De redactie

De positie van de vrouw in de gemeente


Pinksteren

Mannen en vrouwen wachten en bidden[1] na Christus’ hemelvaart tot God Zijn Geest uitstort; Joël had er met zoveel verlangen naar uitgezien: Gods Geest voor mannen én vrouwen[2]. Deze Geest-vervulde mannen en vrouwen vormen vanaf dan samen het lichaam van Christus; één door de ene Geest die zij allen ontvangen hebben; zonder onderscheid tussen vrije of dienstknecht, man óf vrouw[3]. Het is één lichaam met één gezaghebbend hoofd: Christus[4]. Wél zijn wij allemaal verschillende lichaamsdelen, daartoe toegerust door de Geest met verschillende gaven[5], die de Geest toedeelt aan ‘wie Hij wil’[6] - niets suggereert dat dit afhankelijk is van het man of vrouw zijn. Zo wordt elk lid ingeschakeld om de ander te dienen, tot opbouw van de gemeente[7]. Is het mogelijk dat man en vrouw in de gemeente geroepen zijn om elkaar te dienen, maar dat mannen de gemeente mogen dienen op wijzen die vrouwen niet zijn toegestaan? Vanuit bovenstaande visie op de gemeente van Christus wijst niets daarop. Ook de praktijk leert dat zowel mannen als vrouwen zich door de Geest geroepen weten tot het verrichten van álle taken die de schrift noemt.


Oude Testament

In het OT verleent God vrouwen geestelijk en godsdienstig gezag en spreken zij in het openbaar namens God. Mirjam was naast Mozes en Aäron door God aangesteld als leidster om Israël uit Egypte te leiden[8]. Als profetes bekleedde ze eenzelfde positie als Mozes en Aäron[9]. Met geestelijk gezag spreekt ze tot de héle vergadering Israëlieten en gaat hen voor in aanbidding[10]. Debora richtte het volk Israël en had dus institutioneel godsdienstig gezag over een hele natie[11]. Josia raadpleegt via een delegatie hooggeplaatste mannen (o.a. de priester Hilkia en Safan de schrijver) God via de profetes Hulda[12]. En dat terwijl er genoeg mannelijke profeten ‘voorhanden’ waren: Jeremia en Sefanja! Esther vaardigde een godsdienstig besluit uit waarmee zij een godsdienstig feest instelde[13]. Vergeet ook niet dat vele bijbelgedeelten afkomstig zijn van vrouwen (Debora’s lied, Hanna’s gebed, Elisabeths profetie[14]) en nu gezaghebbend zijn voor zowel man als vrouw[15]!


Nieuwe Testament

In het NT is het beeld niet veel anders. Vrouwen zijn actief betrokken in de openbare Evangelieverkondiging en dragen volle medeverantwoording. De profetes Anna spreekt tot allen over God[16], de Samaritaanse vrouw verkondigde een hele stad het evangelie[17] en Jezus laat Zijn opstanding het eerst door vrouwen verkondigen[18]. Rondom ‘eerstbekeerden’ van een plaats, zoals Damaris in Athene[19] en Lydia in Philippi[20], groepeerde zich vaak de gemeente[21]. Waarschijnlijk hadden deze eerstbekeerden ook de leiding van de samenkomsten, waar de titel van Phoebe ‘patrones’ ook op wijst[22]. In ieder geval namen zij een erepositie in en was men hen onderschikking verschuldigd[23]. De dochters van Filippus waren profetessen[24] en Priscilla[25] wordt Paulus’ medearbeider genoemd (het woord dat Paulus gebruikt voor collega’s in de Evangelieverkondiging). Als ‘lerares’ zet zij Apollos ‘de weg Gods nauwkeuriger uiteen’[26]. Maria ‘heeft zich veel moeite gegeven’, een woord dat ook voor mannen wordt gebruikt en specifiek duidt op het gehele zendings- en gemeentewerk[27] en Euodia heeft samen met Paulus in de prediking van het evangelie gestreden[28].


Beperkingen voor vrouwen?

Toch zijn sommige gemeenten van mening dat er voor vrouwen beperkingen gelden ten aanzien van het verkondigen van Gods waarheid. Wáár de grens ligt (en waarom daar) is vaak niet geheel duidelijk en verschilt per gemeente. Op grond van 1 Korinthe 14 en 1 Timoteüs 2 wordt geleerd dat vrouwen ‘in de gemeente moeten zwijgen’ en ‘geen gezag over mannen’ mogen hebben. In onze gemeente komt dit tot uiting in het ambt dat gesloten is voor vrouwen, hoewel de teksten zelf niet over het ‘ambt’ spreken. Op grond waarvan mag een vrouw dan wel in allerlei andere situaties spreken of gezag uitoefenen? Vanuit de overtuiging dat de bijbel zichzelf niet tegenspreekt en in OT en NT vele vrouwen wel gezaghebbende posities bekleden en spreken in de gemeente, wil ik de teksten graag nader bekijken.

 

1 Korinthe 14:34-35: ‘Dat uw vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is hun niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt.  En zo zij iets willen leren, laat ze thuis hun eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de gemeente spreken’.

Wat bedoelt Paulus met ‘zwijgen’? In hoofdstuk 11 heeft Paulus het expliciet over ‘iedere vrouw die bidt of profeteert’[29]. Paulus kan dus geen absoluut zwijgverbod hebben bedoeld. Zou Paulus dan met ‘zwijgen’ bedoelen dat vrouwen geen onderricht mogen geven? Maar als zij profeteren leren zij de gemeente ook en hebben zij toch ook gezag over mannen[30]? Daarbij gaat het in vers 34 juist om vrouwen die iets willen leren. Dan moet het in vers 34 gaan om vrouwen die vragen stellen over Gods Woord. Het valt ook op dat het geen algemeen verbod betreft: het gaat om getrouwde (úw) vrouwen. Vrouwen moeten thuis hún man opheldering vragen. Wat verboden wordt, is dat vrouwen (opstandige wijze) vragen stellen over de profetieën van hun mannen.

 

1 Timoteüs 2:11-13: ‘Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid. Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij leert, noch over de man heerst, maar wil, dat zij in stilheid is. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva’.

Het is de vraag of het voorschrift ‘vrouwen’ of ‘echtgenotes’ betreft. Vanuit het Grieks zijn beide vertalingen mogelijk. Daarbij lettend op de zeer adequate vertaling van de Statenvertaling (het gaat om overheersing en niet ‘gezag uitoefenen’), gaat het in deze tekst over de onrechtmatige dominantie van een vrouw over haar man binnen het huwelijk. Dít alles sluit goed aan bij de verwijzing naar Adam en Eva. Er wordt verwezen naar Genesis 2, waar het huwelijk wordt ingesteld. In dat huwelijk laat hij zich domineren door zijn vrouw, hetgeen fatale gevolgen heeft. Dát voorbeeld wordt hier ter waarschuwing aangehaald.


Scheppingsorde

Met dit laatste komen we tot het belangrijke punt van de scheppingsorde. Leert de scheppingsorde niet dat dé man als hoofd boven dé vrouw staat? De scheppingsorde leert dit in ieder geval niet: God schept de mens, man en vrouw, naar zijn beeld (Genesis 1:28). Binnen de schepping (Genesis 1) wijst niets erop dat het mannelijk geslacht hoofd is van het vrouwelijk geslacht. In Genesis 2 is er wel onderscheid tussen man en vrouw, maar dit betreft de huwelijksrelatie. Omdat Eva uit Adam is geschapen zijn zij vanaf het begin één vlees, een echtpaar. Binnen deze eenheid vormt de man het hoofd, zo leert Paulus vervolgens[31]. In het huwelijk moeten vrouwen hún man onderdanig zijn, in de gemeente moet een ieder elkaar onderdanig zijn. Alleen Christus is het hoofd van zijn lichaam, dat zowél mannen áls vrouwen omvat[32].

Ilonka Terlouw

 

[1] Hand 1:14

[2] Hand 2:16,17 / Joel 2:29

[3] 1 Kor 12:13, Gal 3:28

[4] Ef 4:15, 5:23

[5] 1 Kor 12:zie o.a.4, 11, 28  / om te leren, helpen, onderwijzen, met wijsheid te spreken, geloof, bekwaamheid om te besturen, profeteren, vermanen of vertroosten, leiding te geven, barmhartigheid te betonen (Rom 12:6; 1 Kor 12:8, 10, 28-31)

[6] 1 Kor 12:7,8, 11

[7] 1 Kor 12:25, 14:5, 12 en Ef 4:mn 12-13

[8] Micha 6:4

[9] Ex 15:20; Deut 18:15, Ex. 7:1

[10] Ex 15:20, 21

[11] Richt 4

[12] 2 Kon 22:12-14

[13] Ester 9:20-32

[14] Deborah: Richt 5:1-31 / Hanna: 1 Sam 2:1-10 / Elisabeth: Luk 1:41-45

[15] vgl. 2 Petr. 1:21: ménsen, zowel mannen als vrouwen, hebben van Godswege gesproken

[16] Luk 2:36-38

[17] Joh 4

[18] Matt 28:10; Joh. 20:17

[19] Hand 17:34

[20] Hand 16:14

[21] 1 Kor 16:15vv / romdom Lydia: Hand 16:40, rondom Maria: Hand 12:12

[22] Rom 16:2

[23] 1 Kor 16:15vv

[24] Hand 21:9. Voor invulling profetenambt zie o.a. 1 Kor 14:3,4, 31

[25] Hand 18:2, 18, 26; Rom 16:3; 1 Kor 16:19, 2 Tim 4:19 

[26] Rom 16:5

[27] Rom 16:6

[28] Fil 4:2

[29] 1 Kor 11:5

[30] 1 Kor 14:3,4, 31. Profeteren omvat verkondigen en leren

[31] Ef 5:21-33

[32] Ef 5:23

 

 

 De positie van de vrouw in kerkhistorisch perspectief

Cultuur Oude- en Nieuwe Testament

De geoefende bijbellezer zal het zeker zijn opgevallen, dat de cultuur en daarmee ook de godsdienst in Israël patriarchaal gekleurd is. Mannen spelen in het Oude- en Nieuwe Testament een vooraanstaande rol. Denkt u maar aan de geschiedenissen rondom de aartsvaders Abraham, Izak en Jakob. Vrouwen spelen in die geschiedenissen een ondergeschikte rol. Uit het zeer lezenswaardige artikel van Ilonka Terlouw blijkt, hoezeer sommige vrouwen daarin een uitzondering vormden, we denken aan: Rachab, Debora en Hulda. De Heere God maakt in de, door mannen gedomineerde samenleving van Israël, juist op scharnierpunten in de geschiedenis van dat volk, gebruik van vrouwen. Vrouwen, die een belangrijke en onmisbare functie vervullen in de heilshistorie.

Aan de andere kant moeten we erop wijzen dat de Heere in Zijn nauwkeurige beschrijving van tabernakel en tempel, zonder enige uitzondering mannen aanwijst om Hem te dienen in ambten van hogepriester en priester.[1]

Het Nieuwe Testament vormt hierop geen uitzondering. Opnieuw zien we een samenleving, die gedomineerd wordt door mannen. Schriftgeleerden, Farizeeën en Sadduceeën zijn de geestelijke leidslieden van Israël. Maar Jezus doorbreekt de culturele grenzen en treedt nadrukkelijk met vrouwen in contact! Hij neemt het op voor een overspelige vrouw en voorkomt haar dood door steniging. Daarmee relativeert Hij de godsdienstige traditie van Zijn dagen. Hij laat Zich vervolgens zalven door een vrouw en spreekt bovendien met een Samaritaanse.

Toch wijst Hij zonder enige uitzondering twaalf mannen en daarnaast nog zeventig andere mannen aan als Zijn discipelen en zendt hen tot het huis van Israël om te verkondigen dat in Hem het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen is.[2] De twaalf discipelen ontvangen na de uitstorting van de Heilige Geest in Jeruzalem de volmacht om als apostelen het heil van Christus verder de wereld in te dragen. Al spoedig sprak men daarom van de ‘apostolische leer’.

Waarom? Zou de Heere hier expres voor mannen kiezen, omdat dit in de cultuur van die dagen niet anders kon en het evangelie anders gehinderd zou worden in haar loop door deze wereld? Het was immers ondenkbaar, dat vrouwen als Lydia, Tryfosa, Euodia en Syntyche net zo als Paulus de synagoge zouden binnenwandelen om daar met de joden te handelen over de schriften! Ze zouden op beleefde wijze of misschien zelfs op minder beleefde wijze weer op straat beland zijn. Uit de mond van rabbi Hillel staat immers opgetekend, dat het voor de man al een reden was om te scheiden van zijn vrouw, wanneer zij het eten liet aanbranden![3] 

Omdat de vroegchristelijke kerk wortelt in het jodendom was het voor haar dan ook ondenkbaar, dat vrouwen een ambt zouden bekleden. Al speelden vrouwen een vooraanstaande rol bij de stichting van gemeenten en werkten zij nauw samen met de apostelen, toch bleef de leiding van gemeenten en kerk in handen van mannen. In dit verband kunnen wij ook wijzen op het apostelconvent in Jeruzalem.[4]

In het tijdvak van de Vroege Kerk worden de apostelen beschouwd als stichters van de kerk en wordt via het fenomeen van apostolische successie, de positie van leidinggevende mannen binnen de kerk op synoden geconsolideerd. Duidelijk voorbeeld daarvan vormt het primaatschap van de bisschop van Rome als apostolische opvolger van Petrus en als plaatsvervanger van Christus op aarde.

 

Middeleeuwen en Reformatie

De middeleeuwen laten een beeld zien, dat hiervan niet veel verschilt. De twaalf apostelen worden beschouwd als de stichters van de kerk en vormen als het ware de twaalf pilaren waarop de kerk steunt. Voor de ééndimensionaal denkende Middeleeuwer, vallen bovennatuur en natuur met elkaar samen en heeft alles een zinnebeeldige betekenis. Het is dan ook niet bij toeval dat men gotische kathedralen ontwerpt waarvan het schip ondersteund wordt door tweemaal zes pilaren en het koor ook dikwijls ondersteund wordt door twaalf pilaren, verbeeldende de apostelen, die de kerk niet alleen dragen, maar haar ook bewaren bij de apostolisch ‘katholieke’ leer.[5]

Hildegard von BingenToch spelen vrouwen ook in dit tijdvak een belangrijke en vooraanstaande rol in kerk en geloof. We kunnen denken aan Hildegard von Bingen[6] behorende tot de Benedictijnen, een begaafde vrouw, die met haar mystieke geschriften grote invloed uitoefende op het geestelijke leven in kerk en maatschappij én aan vrouwen uit de kring van de ‘Moderne Devotie’[7]. Dit waren ‘de zusters des gemenen levens’, een kring van vrouwen rondom de bekende Thomas à Kempis, die begijnen werden genoemd. Zij wijdden zich aan de verzorging van zieken en kunnen als voorlopers worden beschouwd van protestantse diaconessen.

Veel vrouwen hielpen, onder invloed van de opkomende Renaissance en het daarmee verbonden Humanisme, onbewust, dan wel bewust mee, met het verspreiden van nieuwe, hervormingsgezinde denkbeelden binnen de Middeleeuwse kerk en kunnen gezien worden als wegbereiders voor opvattingen van Luther en Calvijn.

In Nederland was het een vrouw, die aan de wieg stond van de Reformatie. Wendelmoet Claesdochter[8] uit Monnickendam, die met haar ongezouten kritiek op de transsubstantiatieleer (=hostie en wijn zijn ware lichaam en bloed van Christus) op de brandstapel belandde.

De Reformatie betekende een revolutionair keerpunt in de Middeleeuwse kerk. Onder invloed van Renaissance en Humanisme keerde men terug naar de Vroege Kerk. Dat betekende dat veel dogma’s, die in de loop der eeuwen door talrijke synodes de kerk waren binnengekomen, werden getoetst aan de Schrift. Het leidde er in veel gevallen toe, dat vele van deze leerstellingen werden afgewezen. Eén daarvan vormde de afwijzing van het celibaat en een daaruit voortvloeiende verandering in de verhouding tussen man en vrouw. Vele geestelijken huwden. Denk aan de Augustijner monnik Maarten Luther, die trouwde met de non Katharina von Bora. Toch bracht deze veranderende verhouding tussen mannen en vrouwen binnen de kerk geen openheid met betrekking tot de ambten. En dat mag opmerkelijk worden genoemd, omdat de Reformatie op talrijke punten zeer radicaal is te noemen. Zeker zij, die gerekend kunnen worden tot de zogenaamde ‘Radicale Reformatie’ (=Anabaptisten). Zij verwierpen na een kerkelijke praktijk van ruim duizend jaar(!) de zuigelingendoop, maar stelden de ambten toch niet open voor de vrouw.

Luther moet overigens eens in een preek over het algemeen priesterschap van gelovigen gezegd hebben: ‘Dat ieder macht heeft om te prediken’. En in een preek, die hij hield in 1522 liet hij zich ontvallen: ‘Als het voorvalt, dat geen man aanwezig is, dan kan een vrouw optreden en voor de anderen prediken naar vermogen’.[9]

Vrouwen hebben trouwens in de levens van de reformatoren een zeer belangrijke rol gespeeld. De soms zwaarmoedige Luther had zijn taak nooit met zoveel zegen kunnen volbrengen, wanneer hij daartoe niet was gesteund en aangevuurd door zijn ‘Käthe’. Hij zegt van haar: ‘Op aarde is er geen groter plaag, dan een boze, eigenzinnige vrouw, maar jou Käthe, zou ik niet willen ruilen voor Frankrijk met Venetië erbij!’[10]

Ook Calvijn is bij zijn moeitevolle arbeid gestimuleerd en zelfs in bescherming genomen door de aanzienlijke en intellectuele Marguerite d’Angoulême (zij huwde later koning Henri d’Navarre) en door hertogin Renata van Ferrara, niemand minder dan de schoonzus van de Franse koning Frans I.

Was Luther onder bepaalde omstandigheden er niet op tegen dat vrouwen zouden prediken, voor Calvijn was dit ondenkbaar. Zeker met betrekking tot de ambten bleef hij vasthouden aan de apostolisch katholieke traditie van de kerk. Toch was Calvijn zeker geen tegenstander van een vrouwelijke diaken! Nu was het diakenambt bij Calvijn gesplitst in twee afzonderlijke takken: één groep, die zich bezighield met de verdeling van binnenkomende gelden, terwijl de andere groep zich inzette voor de verzorging van zieken. Hij beriep zich hiervoor op zijn exegese van Romeinen 12 : 8.[11]

 

 

Piëtisme en socialisme

De lijst van vrouwen, die in de loop der eeuwen een immense invloed op het geestelijke-en het kerkelijke leven van hun tijd hebben Anne Maria van Schuurmangehad, is met gemak aan te vullen. In dit verband moet zeker genoemd worden de zeer geleerde Anna Maria van Schurman.[12] Velen uit Europa kwamen naar Nederland om deze veelzijdige vrouw te raadplegen. Zij speelde naast Gisbertus Voetius, stichter van de Utrechtse universiteit, een vooraanstaande rol binnen de beweging van de Nadere Reformatie, een piëtistische stroming binnen de Hervormde Kerk.[13] Ze was de eerste vrouwelijke studente en volgde de colleges in een aparte ruimte achter een gordijn. Deze laatste opmerking maakt duidelijk dat de maatschappelijke positie van de vrouw, in de loop der eeuwen niet veel veranderde, ook al was wel een ontwikkeling in gang gezet, ze was immers de eerste studente! Het is geen gewaagde stelling om te zeggen, dat juist een zo veelkleurige beweging als het piëtisme, een stroming, die interconfessioneel (=gereformeerd, luthers, hernhutters, doopsgezind etc.) gekleurd was, kiemen in zich droeg van een zich steeds verder ontwikkelend proces van democratisering.

In de negentiende eeuw, zou dit onder invloed van de, in de achttiende eeuw op gang gekomen Verlichting, uitmonden in sociaal-maatschappelijke en politieke bewegingen van liberalisme en socialisme. Het socialisme bracht een verdergaand proces van democratisering op gang, waardoor het oude Europa op de drempel van een grote, revolutionaire kentering kwam te staan. Dit proces van democratisering leidde niet alleen tot een ter discussie stellen van de klassenmaatschappij, maar ook tot het aan de kaak stellen van de positie van de vrouw. Hier moet worden genoemd Aletta Jacobs[14], een strijdbare socialistische vrouw, die zich onder andere inzette voor het kiesrecht van vrouwen. Het in gang gezette proces van democratisering en emancipatie ging ook aan de kerk niet voorbij. Daarbij moet worden opgemerkt, dat binnen de Nederlandse protestantse kerken in de negentiende eeuw een zeer radicale theologie was opgekomen, ‘het Modernisme’. Het Modernisme, dat aanvankelijk politiek liberaal van aard was en later socialistisch, oefende een zeer radicale historische kritiek op de Bijbel.[15] Gevolg daarvan was onder andere een veranderende kijk op de positie van de vrouw met betrekking tot de ambten in de vrijzinnige vleugel van de kerk. Hieruit vloeide voort dat, Annie Mankes-Zernike in 1911 als eerste Nederlandse vrouwelijke predikant werd bevestigd in de Doopsgezinde Gemeente van Bovenknijpe. Over belangstelling had mevrouw Mankes niet te klagen, want een vrouw op de kansel was een bezienswaardigheid.[16]

Vooral na de Tweede Wereldoorlog en als gevolg van een hernieuwd proces van democratisering en emancipatie in de jaren zestig, wederom gesteund door een nieuwe vorm van theologie, de ‘bevrijdingstheologie’ genaamd, kwam de discussie over de vrouw in het ambt, opnieuw op de agenda’s van synodes te staan. Ditmaal leidde het ook tot openstelling van de ambten in meer confessioneel gebonden gemeenten binnen de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland. Kerken en gemeenten, die zich principieel gereformeerd achten en zich daarom nauw verwant voelen aan het gedachtegoed van Calvijn, zullen met hem wijzen op de traditie van de kerk der eeuwen en zullen op grond daarvan veelal komen tot een verwerpen van deze ontwikkeling.

 

 

Albert Scheer


[1] Exodus 28 : 1; 29:1.

[2] Lukas 9 : 1 – 5; Lukas 10 : 1 – 20.

[3] G. Huls, De vrouw in de kerk, Baarn 1965, blz. 18.

[4] Handelingen 15:2 e.v.

[5] Openbaring 3 : 12

[6] Hildegard von Bingen leefde van 1098 tot 1179.

[7] De beweging van de Moderne Devotie, was een hervormingsbeweging binnen de RK Kerk van de veertiende eeuw, gesticht door de Nederlander Geert Groote. Zie: F.W. Grosheide (red.), Christelijke Encyclopedie, Kampen 1960, deel V, blz. 45.

[8] Wendelmoet Claesdochter werd in 1527 veroordeeld tot de brandstapel.

[9] G. Huls, De vrouw in de kerk, Baarn 1965, blz. 80.

[10] W.J. Kooiman, Maarten Luther, Amsterdam 1946, blz. 107.

[11] G. Huls, De vrouw in de kerk, Baarn 1965, blz. 81-82.

[12] Anna Maria van Schurman leefde 1607 van tot 1678.

[13] Anachronisme voor “Gereformeerde” Kerk. De kerk heette ten tijde van de Republiek: Gereformeerde Kerk, en kreeg pas in 1816, toen Nederland een “monarchie” was geworden, de naam Nederlandse Hervormde Kerk.

[14] Aletta Jacobs leefde van 1854 tot 1929. Zij was de eerste vrouwelijke, officieel ingeschreven student aan een Nederlandse universiteit.

[15] Zie hiervoor o.a.: A.J. Rasker, De Nederlandse Hervormde Kerk vanaf 1795, Kampen 2004, blz. 213 – 232.

[16] Zie: Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme, Kampen 1988, deel 3, blz. 412 – 413. Annie Mankes-Zernike behoorde, net als de onder velen van ons bekende predikant Jac. van Dijk, tot de linker werkgroep van moderne theologen. Ze was socialist en pacifist. Later werd ze predikant bij de Nederlandse Protestantenbond in Rotterdam.


 
Kerkdiensten
Wekelijkse kerkdiensten
Kerkdiensten beluisteren

Oude Kerk
Wijkinformatie

Nieuwe Kerk
Wijkinformatie

Zenderkerk
Wijkinformatie

Meentkerk
Wijkinformatie

Heel de gemeente
Bovenwijks werk
Kalender

Algemene informatie
Leiding van de gemeente
Adressen
Predikanten
Visie Hervormde gemeente
Centrale Beleids Commissie
Kerkrentmeesters
Diaconie
Ledenadministratie
Kerkelijke regelingen

Orgels kerkgebouwen
Oude kerk
Nieuwe kerk
Zenderkerk
Meentkerk

Foto's
Oude kerk
Nieuwe kerk
Zenderkerk
Meentkerk
't Visnet
Workshop bezoekdames
Sportevenement 4 juni 2010
Startweekend 2011
Bazaar 2011

Links
Kerken
Kerkelijke organisaties
Jongeren
Plaatselijke Koren
Christelijke (start)pagina's
Dagbladen
Hulporganisaties
Welzijn en zorg
Psalmen en liederen
Bijbel en belijdenisgeschriften
Politieke partijen
Chr. internet radiozenders
Christelijke scholen


©2006 ASP4all