Nieuwsdetail

Nieuwsdetail

Het ambt; meer dan een functie

maandag 03 maart Over afnemend ambstbesef

Het gaat niet goed met het ambt. Niet al-leen de kerk als instituut, ook het ambt lijdt aan slijtage. In de afgelopen jaren zou je zelfs kunnen spreken van een toenemende ambtsinflatie’ (Kontekstueel, 17e jrg. nr. 2)

Ter verheldering eerst iets over het begrip ‘ambt’. Dit begrip wordt zowel in het bur-gerlijk als in het kerkelijk leven gebruikt. In het burgerlijk leven spreken we bijvoorbeeld over het ambt van burgemeester. En in het kerkelijk leven over het ambt van predikant, ouderling en diaken.Wat is nu kenmerkend voor een ambt? Dat er een hoger gezag aan verbonden is. Wie gezag heeft, ontvangt volmacht om naar dat gezag te handelen. In het burgerlijk leven gaat het om het gezag van de overheid die regeert, wetten vaststelt en onderhoudt. In het kerkelijk leven om het gezag van God.Ik beperk me nu tot het ambt in het kerke-lijk leven.

Hoge visie op het ambt
De kerk kent vanouds een hoge visie op het ambt. Als ambtsdrager ben je door God geroepen om het heil uit te delen en om de gemeente bij het Woord te bewaren. Je ont-vangt gezag en je bent bevoegd om naar dat gezag te handelen. Dat gezag heeft niets met je eigen persoon te maken. Je draagt het gezag van het Woord. Wat je uitdraagt, komt niet vanuit je eigen hart en denken voort, maar vanuit dit Woord. Dat geldt de uitnodiging om tot Jezus te komen en Hem te volgen, de pastorale en ethische handrei-king aan gemeenteleden en ook het lief-devol terugroepen van hen die afgedwaald zijn. Als ambtsdrager laat je het Woord aan het woord, in verkondiging en praktische toepassing. Daarin ben je een representant van Christus.De roeping die je hebt ontvangen, is door de gemeente tot je gekomen. Je bent door de gemeente en ‘mitsdien door God Zelf’ geroe-pen. De gemeente heeft dus een wezenlijk aandeel in de roeping tot het ambt.Dit betekent niet dat je als ambtsdrager belangrijker bent dan andere gemeentele-den. Het ambt verleent geen meerwaarde aan je persoonlijkheid. Je bent geroepen om te dienen. Hoewel je leiding geeft aan de gemeente, ben je geen ‘leider’ maar dienaar. Je zou kunnen zeggen dat je hierin de eerste onder je gelijken bent.Het feit dat God de gemeente ingeschakeld heeft om je te roepen, houdt voor de ge-meente de roeping in om zich te voegen naar het Woord-elijk gezag dat je als ambtsdrager ontvangen hebt.

Lage visie op het ambt
Door veranderingen in onze cultuur, die doorwerken in het kerkelijk leven, hebben veel gemeenteleden - ook veel ambtsdragers zelf - een lage visie op het ambt. In het citaat aan het begin van dit artikel wordt gesproken over slijtage van het ambt en over ambtsinflatie. De waarde van het ambt wordt steeds minder ervaren. Dat gaat ten koste van het ambtelijk gezag en het respect voor het ambt. In het laatste verslag van het Generaal College voor de visitatie in onze kerk wordt dit ook aan de orde gesteld. Er wordt steeds meer in taken en minder vanuit het wezen van het ambt gedacht, wordt geconstateerd. In dit verslag wordt gesproken van ‘verflau-wing’ van het ambtsbesef. Het woord ‘erosie’ wordt ook gebruikt. Het ambt lijdt aan erosie, omdat er minder van bovenaf en meer van onderaf gedacht wordt. Ambtsdragers zien hun ambtelijke taken meer in de lijn van niet-kerkelijke taken en denken zo meer vanuit de vraag: ‘Passen mijn ambtelijke taken in mijn agenda?’, en minder vanuit de vraag: ‘Hoe kan ik wat bij de invulling van mijn ambtelijke ver-antwoordelijkheid behoort, het beste inpassen in mijn agenda?’ Let u op het verschil tussen passen en inpassen.

Van ambt naar functie
Conclusie: het ambt wordt meer en meer gezien als een functie. Hierbij is tegelijk sprake van:1) gezagsverlies Dit hangt samen met de veranderde gezags-opvatting in onze maatschappij, met de veran-dering van een verticale naar een horizontale, democratische visie op gezag. Mensen zijn mondiger geworden en hebben er moeite mee om gezag te aanvaarden, ook in de kerk. Ambtsdragers hebben er zelf vaak ook moeite mee om het gezag waarmee zij bekleed zijn uit te oefenen. 2) verzakelijkingDe verschuiving van ambt naar functie, het denken in taken, heeft een zekere zakelijk-heid met zich meegebracht. Kerkenraden besteden veel tijd en energie aan beleidsvra-gen. Sinds de nieuwe kerkorde zijn kerkenra-den verplicht om een beleidsplan op te stellen. En dat is op zich natuurlijk prima. Maar hier komt nog bij dat door de ontwikkelingen in onze cultuur bezinning nodig is op vragen rond kerk- en christen-zijn in deze tijd en op vragen rond de eredienst. Verhoudingsge-wijs gaat hierdoor meer tijd zitten in allerlei vormen van bezinning dan in het eigenlijke ambtelijke werk.Een en ander werkt vervreemdend en demo-tiverend ten aanzien van het ambt. Een ge-geven is ook dat het leven in allerlei opzich-ten drukker is geworden. Bij elkaar opgeteld is het gevolg dat het ambtelijk werk door velen als (te) zwaar wordt ervaren. Er zijn heel wat ambtsdragers die het niet volhou-den. Anderen beginnen er niet eens aan.

Meer dan een functie
De vraag is nu: Hoe moet hiermee worden omgegaan? Wat moet er gebeuren? Ik zou twee punten willen aandragen:
1) focus op het wezen van het ambt
Het zou goed zijn als kerkenraden zich zou-den focussen op het wezen en de betekenis van het ambt. Hiervoor is het nodig om naar degenen die tot het ambt verkozen/geroe-pen zijn de grenzen aan te geven tussen wat ambtelijke wel en niet tot hun verant-woordelijkheid zal behoren. Aanstaande ambtsdragers dienen te weten waarop zij ‘ja’ zeggen, zodat zij later niet teleurgesteld afhaken. Goede coaching door ervaren ambtsdragers kan hier in belangrijke mate aan bijdragen.
2) herschikking verantwoordelijkheden
Een herschikking van verantwoordelijkheden is hierbij van grote betekenis, met dien ver-stande dat de ambtsdrager zich beperkt tot zijn directe ambtelijke werk, dat er een clus-tering van aandachtsgebieden plaatsvindt en dat gemeenteleden met gaven (meer) ingeschakeld worden bij de uitvoering van allerlei taken. Het ‘ambt van alle gelovigen’ (mannen en vrouwen) – niet van mindere betekenis dan het ‘bijzondere’ ambt! – zou meer inhoud gegeven kunnen worden. In elk ambt gaat het om de representatie van Christus. En in elk ambt is de Heilige Geest aan het werk.
Bij zo’n herschikking zal de kerkenraad misschien minder hoeven te vergaderen. De ker-kenraadsvergaderingen zullen in ieder geval winnen aan ambtelijk en geestelijk gehalte.Op deze wijze zal de erosie van het ambt kunnen worden tegengegaan, het ambtsbe-sef weer kunnen groeien en de vreugde in het ambtelijk werk kunnen toenemen. Dan zal duidelijk zijn: het ambt is meer dan een functie.

C.G.G.