Meentkerk

Kerkgebouw

Op deze pagina is informatie te vinden over het kerkgebouw zelf en over een aantal elementen, die in het gebouw te vinden zijn en een specifieke functie hebben in de erediensten. De volgende onderdelen komen aan de orde:
 

Het kerkgebouw
De huidige wijkgemeente Meentkerk is ontstaan toen Huizen groeigemeente voor regio het Gooi was. In 1972 kreeg de Hervormde Gemeente van Huizen haar 6e predikantsplaats. Een jaar later was de zesde wijkgemeente een feit. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de wijkgemeenten 5 en 6 zich samen zouden concentreren rondom de Zenderkerk. Toen het nieuwbouwplan 'Oostermeent' echter veel groter ging uitpakken dan aanvankelijk bedoeld was, werd de Zenderkerk voor twee wijkgemeenten te klein. Voor wijkgemeente 6 brak een periode van pionieren aan, waarbij ook beoogd werd om kerkdiensten in de nieuwbouwwijk te gaan beleggen. Uiteindelijk werd een voormalig houten noodgebouw van een bankinstelling aangekocht en - met enkele elementen uitgebreid - midden in het toenmalige nieuwbouwgebied geplaatst, aanvankelijk nog tussen de zandhopen. Omdat het gebouw aan de Hinde stond en de straten in de omgeving eveneens dierennamen hadden, kreeg het de naam 'De Bron'. Tijdens de eredienst was er ruimte voor circa 200 kerkgangers. Daarnaast vonden er door de week nevenactiviteiten plaats. De eerste dienst vond plaats op zondag 13 november 1977. Voor het begeleiden van de gemeentezang was er een electronisch orgel. De laatste dienst vond plaats op zondag 9 december 1984, waarna de samenkomsten verhuisden naar de nieuwgebouwde Meentkerk. Na de sluiting is het gebouw weggehaald en heeft het daarna nog enige tijd gediend als opslagruimte elders. De Meentkerk is tussen maart en december 1984 gebouwd door het Huizer bouwbedrijf Verwelius. De eerste steen werd gelegd op 19 mei 1984 door ds. G.S.A. de Knegt, met daarop de hoopgevende boodschap ‘Ziet, ik maak alle dingen nieuw’. Op donderdag 13 december 1984 werd de Meentkerk officieel in gebruik genomen. Dit gebeurde tijdens een dankdienst onder leiding van ds. H.J. de Bie, de eerste predikant van de wijkgemeente. Het eerste lied dat in de eerste dienst in de Meentkerk werd gezongen was Psalm 122, vers 1 (oud berijmd). Het was ook de inleidende tekst in deze dienst: ‘Ik ben verblijd, wanneer zij tot mij zeggen: Wij zullen naar het huis van de HERE gaan. Amen.’ Het kerkgebouw is een ontwerp van architect Jan Bout uit Huizen. Eerder had hij voor een kerk in Hollandsche Veld, waarvoor hij via ds. van Brummelen gevraagd was, een bouwkundig bestek voor een verbouwing opgesteld. In het ontwerp van de Meentkerk vond hij dat het Woord van God, gesymboliseerd door de preekstoel, zo centraal mogelijk moest staan. Belangrijk vond hij ook een ruime preekstoel en dat de afstand tussen de voorganger en de gemeente in de kerk niet te groot mocht zijn. Hij vond een goede akoestiek ook belangrijk. Voor dat doel zijn door TNO Delft de verticale reliëfs aan de binnenkant van de buitenmuren en de vlakke stukken in het plafond ontworpen. De kerkzaal heeft circa 400 zitplaatsen. Door de gemeentezaal erbij te trekken, kan het aantal zitplaatsen worden uitgebreid tot 650. Een bijzonderheid is dat de kerk in 1984 al was afbetaald! Met een lange reeks van geldinzamelingsacties, zoals oliebollenacties, bazaars, feestmiddagen voor kinderen, fietstochtjes, taartbakwedstrijden en de verkoop van stroopwafels, werden tienduizenden guldens bijeengebracht. Uiteindelijk kon de bouw van de kerk – mede dankzij diverse legaten – volledig betaald worden. Er was zelfs een overschot, dat als startkapitaal heeft gediend voor het orgelfonds, waaruit later de aanschaf van het Leeflang-orgel kon worden betaald. De eerste jaren werd de samenzang begeleid op het elektronisch orgel uit de 'De Bron'. In september 1989 kon het Opens internal link in current windowLeeflang-orgel in gebruik worden genomen.

Christusmonogram
Het Christusmonogram op de muur boven de preekstoel is een schenking van de hervormde gemeente. Het is opgebouwd uit een ineengeschoven X (chi) en P (rho), de eerste twee letters van Christus’ naam in het Grieks, Christos (ΧΡΙΣΤΟΣ). Dat betekent Gezalfde. De Zoon van God is immers door God de Vader aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, onze enige Hogepriester en onze eeuwige Koning (Catechismus, zondag 12). Het accent ligt hier op het Koningschap van Christus. Het verhaal gaat dat het monogram zijn oorsprong vindt toen keizer Constantijn de Grote bij zijn voorbereiding op de slag bij de Milvische brug (Rome, in het jaar 312) een visioen kreeg om onder de ‘God van de Christenen’ te strijden. Hij zag een stralend kruis aan de hemel met de woorden ‘in hoc signo vinces’ (‘In dit teken zult gij overwinnen’). Hij liet het - wellicht reeds bestaande - Christusmonogram aanbrengen op de schilden van zijn leger en overwon. Spoedig sierde dit symbool het labarum (de krijgsbanier), zijn helm (in het jaar 315) en munten. Al vroeg werd het monogram geflankeerd door de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet – de  (alfa) en de  (omega) – die verwijzen naar Openbaring 1:8, 21:6 en 22:13. Daar horen wij Christus zeggen: ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige’ (1:8). Dit symbool zegt: de HEERE regeert. En dan in het perspectief van Zijn Wederkomst.

Doopvont
De doopvont, ontworpen door Jan Bout, is gemaakt uit één stuk marmer, met zes hoeken die dezelfde hoek in graden hebben als het liturgisch centrum, de preekstoel en de opstelling van de drie vlakken met banken. Het bekken is hierin uitgehouwen. Het bekken en de bovenkant zijn gepolijst, evenals de subtiele lijsten om de zes vlakken van de doopvont. De doopvont staat op een sokkel bekleed met leisteen, die ook gebruikt is voor de trap en de sokkel van de preekstoel en voor de vloer. ‘Om rust in de gebruikte materialen te creëren’, vertelde Jan Bout.

Avondmaalstafel
De avondmaalstafel, die ook ontworpen is door Jan Bout en in dezelfde houtsoorten als de preekstoel gemaakt is door gemeentelid Lambert Brands, heeft ook weer dezelfde hoek als het liturgisch centrum. De tafel is zo ontworpen dat het gebruikt wordt als centrale tafel bij de opstelling van de lange tafel bij de avondmaalsvieringen. Tijdens de erediensten staat op de tafel een tinnen avondmaalsservies. Het servies bestaat uit een kan met twee bekers en een bord. Deze herinneren aan het moment dat Christus met Zijn leerlingen Zijn laatste avondmaal had en Hij de opdracht gaf Hem en Zijn plaatsvervangend lijden in herinnering te houden (Lucas 21:19 [NBV]: ‘Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken’), bij het nuttigen van brood (het bord) en wijn (kan en bekers) (Mattheüs 26:26-29; Marcus 14:22-25; Lucas 22:15-20). Zoals toen door Jezus en Zijn leerlingen, sluiten wij ook nu nog de maaltijd af met een lofzang. Op het avondmaalstafellinnen staan korenaren en druiventrossen, die ook naar het brood en de wijn verwijzen.

 
De Bron
Eerste steenlegging Meentkerk